CBS: Detailhandel realiseert grootste groei in 11 jaar

Marktcijfers - In 2017 heeft de detailhandel 4,2 procent meer omgezet dan in het jaar 2016. Dat is de hoogste groei in 11 jaar, meldt het CBS. De verkopen (het volume) waren 3,1 procent hoger. Online is 19,5 procent meer omgezet.

De omzetstijging van 4,2 procent is de hoogste omzetgroei na 2006. In 2016 bedroeg de omzetgroei 1,6 procent. De verkopen groeiden met 3,1 procent. De omzet van zowel de winkels in voedingsmiddelen als de winkels in non-food groeide met ruim 3 procent.

Food plust ruim 3%

De winkels in voedings- en genotmiddelen hebben vorig jaar 3,2 procent meer omgezet dan in 2016. Het volume groeide met 1 procent. De omzetstijging van de supermarkten was groter dan die van de speciaalzaken. Verder was het volume bij de supermarkten hoger dan in 2016, maar bij de speciaalzaken lager.

Bron: CBS

Auteur: Steffen van Beek

CBS: ‘Gezonder eten stijgt meer in prijs dan ongezonder eten’

Marktcijfers - Gezondere voedingsmiddelen zijn in tien jaar tijd gemiddeld 22 procent duurder geworden, ongezondere producten stegen gemiddeld 13 procent in prijs. Suiker, snoep en ijs waren in 2017 zelfs goedkoper dan tien jaar eerder. Dat blijkt uit een nieuwe analyse die het CBS in samenwerking met het Voedingscentrum heeft uitgevoerd.

Gemiddeld stegen de prijzen van voedingsmiddelen in de winkels tussen 2007 en 2017 met 18 procent. Dat is iets meer dan de gemiddelde prijsstijging van alle goederen en diensten die de consument koopt (17 procent). Het Voedingscentrum heeft de productcategorieën van voedingsmiddelen en dranken zoals het CBS die voor de consumentenprijsindex gebruikt, ingedeeld naar een gezondere en ongezondere variant. Het CBS heeft daarvoor nieuwe prijsindexcijfers berekend.

Gezondere keuze steeg meer in prijs

Van alle gezondere producten is vooral halfvolle en magere melk duurder geworden: de gemiddelde winkelprijs was in 2017 bijna 60 procent hoger dan in 2007. Eieren zijn in tien jaar tijd 37 procent duurder geworden, vers fruit was in 2017 gemiddeld 28 procent duurder dan in 2007. Ook gedroogd fruit en noten stegen relatief veel in prijs. Verse groente steeg juist minder sterk in prijs dan gemiddeld (9 procent).

De prijsstijging van groente en fruit is mede afhankelijk van weersinvloeden. Daardoor kunnen oogsten goed of minder goed zijn en dat is van invloed op de prijs die de consument uiteindelijk betaalt. De prijsstijging van melk in de winkels is onder meer een gevolg van gestegen prijzen bij de boeren. Daarnaast spelen handelsmarges, loonkosten en transportkosten een belangrijke rol in de ontwikkeling van de prijs die de consument voor voedingsmiddelen betaalt.

Ook gezondere dranken duurder

Voor dranken geldt eenzelfde tendens als bij vaste voedingsmiddelen en zuivel. De gezondere dranken (water, koffie en thee) waren in 2017 gemiddeld 30 procent duurder dan in 2007. De prijsstijging van de overige, ongezondere dranken, was met 21 procent gemiddeld lager. Binnen deze groep was de prijsstijging van frisdranken en bier wel relatief hoog.

Bron: CBS

Auteur: Steffen van Beek

Winkels in voedingsmiddelen zetten 4 procent meer om

Marktcijfers – De detailhandel heeft in oktober 1,6 procent meer omgezet dan in oktober 2016, meldt het CBS. De verkopen (het volume) waren 0,7 procent hoger. In de foodsector groeide de omzet met 4 procent, terwijl de omzet in de non-foodsector met 2,3 procent kromp. Daarnaast is online bijna 15 procent meer omgezet.

De winkels in voedings- en genotmiddelen hebben in oktober 4 procent meer omgezet dan in oktober 2016. Het volume groeide met ruim 1 procent, zo laat het CBS weten. De omzetstijging van de supermarkten was groter dan die van de speciaalzaken. Verder was het volume bij de supermarkten hoger dan een jaar eerder, maar bij de speciaalzaken gelijk aan dat van een jaar eerder.

Online omzet bijna 15 procent hoger

De online omzet lag in oktober bijna 15 procent hoger dan in dezelfde maand een jaar eerder. Webwinkels zetten ruim 17 procent meer om. Webwinkels hebben als hoofdactiviteit verkoop via internet. De online omzet van winkels waarvan de verkoop via het internet een nevenactiviteit is (multi-channelers) groeide met ruim 11 procent.

Bron: CBS

Auteur: Steffen van Beek

Frituursector groeit 2,7%, maar beeld is wisselend

Fastservice - De frituurbedrijven, zoals cafetaria’s en snackbars, behaalden in de maanden juli, augustus en september van dit jaar goede resultaten, volgens de recente cijfers van het CBS, want ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar steeg de omzet met 2,7 procent. Maar KHN en belangenvereniging ProFri plaatsen ook hun zorgen bij de bedrijven die achterblijven.

De omzetcijfers van de afgelopen maanden vinden beide partijen uitermate bemoedigend en beide partijen geven ook aan het fijn te vinden dat de horecasector in de breedte weer lijn naar boven heeft te pakken. Maar de neergang in de afgelopen jaren heeft wel de sporen achter gelaten. Veel bedrijven zijn hun reserves kwijtgeraakt en – vooral – oudere bedrijven in steden presteren nog altijd onder de maat.

Volgens belangenvereniging ProFri groeit de frituursector al 14 kwartalen op rij. Een kleine uitzondering vormt het eerste kwartaal van 2015, toen er sprake was van een dip van 1,8 procent. Heel positief was het derde kwartaal van 2016 toen de grootste groei in een lange reeks van jaren werd gerealiseerd, namelijk liefst 10,4 procent. Deze cijfers zijn gebaseerd op gespecificeerd onderzoek onder leden van vakvereniging ProFri door het CBS.

Groei horeca

De horeca als geheel groeide volgens het CBS in juli, augustus en september met 5,6 procent, vergeleken met dezelfde maanden vorig jaar. Dit betekent dat zelfs 17 kwartalen achter elkaar sprake is van groei. Terwijl het segment frituurbedrijven achterbleef bij het horecagemiddelde, presenteerde de totale fastfoodgroep waarbij cafetaria’s zijn ingedeeld juist beter. De groep ‘fastfoodrestaurants, ijssalons, cafetaria’s, lunchrooms et cetera’ kwam in het derde kwartaal van 2017 uit een op een omzettoename van 7,1 procent. Bekend is dat met name (Amerikaanse) fastfoodrestaurants in ons land uitstekende zaken doen. Zij krikken het gemiddelde in de ‘fastfoodgroep’ aanmerkelijk op. ProFri-directeur Van Rooij: “We weten zeker dat er ook frituurbedrijven zijn die soortgelijke groeicijfers behalen, meer dan 7 procent dus. Daar tegenover staan zoals gezegd de nodige achterblijvers. Een aantal daarvan, ik vermoed enige honderden bedrijven, zit in de min. Er staan niet voor niets zoveel snackbars, cafetaria’s en frituren te koop in ons land.”

Volume stijgt

In de totaalgroep fastfoodrestaurants et cetera nam niet alleen de omzet substantieel toe, maar zag het CBS ook volumegroei. Het aantal verkochte consumpties nam met 4,0 procent toe ten opzichte van 2016. De rest van de 7,1 procent komt op het conto van prijsstijgingen.

Bron: ProFri/KHN/CBS

Auteur: Steffen van Beek

Detailhandel zet in september bijna 6 procent meer om; webwinkels plussen 19 procent

Nieuws - De detailhandel in Nederland heeft in september 5,8 procent meer omgezet dan in september 2016, meldt het CBS. De verkopen waren 4,4 procent hoger. De omzet van zowel de foodsector als de non-foodsector groeide. Daarnaast is er online ruim 23 procent meer omgezet.

De omzetcijfers zijn gecorrigeerd voor veranderingen in de samenstelling van de koopdagen. Zonder correctie was de omzet van de detailhandel bijna 7 procent hoger dan in september 2016. De winkels in voedings- en genotmiddelen behaalden in september een omzetstijging van ruim 2 procent. Het volume kromp echter met bijna 1 procent. De ontwikkeling van de omzet en het volume van de supermarkten en de speciaalzaken was vrijwel hetzelfde. Beide realiseerden ruim 2 procent meer omzet, maar bijna 1 procent minder volume.

Online
De online omzet lag volgens het CBS in september ruim 23 procent hoger dan in dezelfde maand een jaar eerder. Webwinkels zetten bijna 19 procent meer om. Webwinkels hebben als hoofdactiviteit verkoop via internet. De online omzet van winkels waarvan de verkoop via het internet een nevenactiviteit is, de zogenaamde multi-channelers, groeide met bijna 31 procent.

Bron: CBS/@FoodClicks

Auteur: Paul Peter Blonk

Horeca plust in het tweede kwartaal, maar groeicijfer vraagt wel nuancering

Marktcijfers - De horecaomzet groeide in het tweede kwartaal met 9,1% ten opzichte van hetzelfde kwartaal vorig jaar. Ten opzichte van het eerste groeide de omzet met 1,8%. De positieve cijfers die het CBS gisteren bekendmaakte vragen volgens Koninklijke Horeca Nederland (KHN) wel om enige nuancering.

Robèr Willemsen, voorzitter van KHN: “Onze branche profiteert van een gunstig economisch klimaat; Nederlanders en toeristen consumeren meer in de Nederlandse horeca en geven daarbij ook meer uit. Maar we moeten ook realistisch zijn. Omzet is nog geen winst. Er zijn hotels, restaurants en cafés waar het hartstikke goed gaat, maar er zijn ook nog steeds bedrijven waar het minder goed gaat. Bovendien zijn er ook dit kwartaal weer veel horecazaken bijgekomen, waardoor de concurrentie verder toeneemt.”

Sterke groei fastservice

Binnen de horeca ging het in het tweede kwartaal van 2017 met alle verschillende bedrijfstakken goed. De hoogste omzetgroei is te zien bij fastservicebedrijven. Dat sluit aan bij het feit dat het eetpatroon van mensen de laatste jaren verandert. Meer mensen kiezen voor gemak en snelheid en laten vaker eten bezorgen. Het aantal fastservicebedrijven (snackbars, fastfood-restaurants, lunchrooms en bezorgdiensten) groeit dan ook sneller dan het aantal restaurants. Zo laat KHN weten. Daarbij komt dat het aantal bedrijven harder groeit dan het aantal verkochte consumpties. Al geven consumenten wel meer uit voor deze consumpties. Dat betekent dat de omzet over meerdere bedrijven moet worden verdeeld.

Nuancering

Ook bij cafés, waar het eerder minder goed ging, zien het CBS in het afgelopen kwartaal een duidelijk herstel. Toch is daar een relativering op z’n plaats, volgens de horeca-voorman, want in vergelijking met tien jaar geleden is een-vijfde van de cafés (en daarmee hun omzet) verdwenen.

Volgens KHN is het van belang niet alleen naar de voorkant van de cijfers te kijken, maar ook naar de achterliggende zaken. Toenemende concurrentie door meer horeca-aanbod, stijgende huurprijzen en grotere afdrachten aan commissies zetten de marges onder druk. In lang niet alle gevallen wordt die zaken gecompenseerd door de toename in de omzet, volgens KHN.

Bron: KHN/@FoodClicks

Auteur: Steffen van Beek

ProFri laat CBS frituurbranche compleet in kaart brengen

Fastservicesector - De Nederlandse frituurbranche is veel groter dan de laatste tien jaar door onderzoeksbureaus werd getaxeerd. Er zijn niet 4800 professionele frituurbedrijven, maar circa 5650. De gezamenlijke omzet van deze bedrijven is minimaal 1,2 miljard euro. De Nederlandse frituurbranche biedt werk aan zeker 55.000 mensen.

Deze conclusies trekt de Vereniging Professionele Frituurders (ProFri) uit het pas verschenen rapport dat het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maakte in opdracht van de vakvereniging. De cijfers over de totaalomzet, recente omzetontwikkelingen en het aantal bedrijven brachten ProFri en CBS al eerder dit voorjaar naar buiten.

Nieuw is het gegeven dat de omzet van ProFri-leden (ondanks de crisis) sinds 2010 groeide met bijna 20 procent. De gegevens over het personeelsbestand zijn helemaal nieuw – en vastgesteld op basis van het CBS-onderzoek naar ProFri’s ledenbestand.

De personele gegevens op een rijtje:

● Cafetaria’s, snackbars en frituren hebben gemiddeld 10 medewerkers;

● In de frituurbranche werken circa 55.000 mensen;

● Ruim 58 procent van de medewerkers is vrouw;

● 87 procent van de medewerkers heeft een deeltijdbaan;

● 53 procent van de medewerkers werkt minder dan 12 uur wekelijks;

● 1 op de 5 medewerkers werkt 30 uur of langer per week;

● Ruim 63 procent van de medewerkers heeft een vaste arbeidsrelatie;

● Ruim 61 procent heeft een maandloon onder de 500 euro

Opleidingen

De Vereniging Professionele Frituurders is blij met de wijze waarop het CBS de frituurbranche in kaart heeft gebracht. ProFri-voorzitter Hans Hus: “De reguliere mbo-opleidingen sluiten niet goed aan op onze wensen. Het CBS-onderzoek laat ons zien waarom. Opleiden via het mbo past niet bij de aard van het dienstverband van het overgrote deel van onze medewerkers.” Samen met het Fastservice Opleidingscentrum werkt ProFri aan nieuwe leertrajecten op mbo-niveau. Deze worden vanaf september aangeboden. De eerste e-learningmodules worden inmiddels aangeboden.

Kennis en vakmanschap en het verbeteren ervan draagt ProFri hoog in het vaandel. Voorzitter Hus: “We vinden dit belangrijk, want de wetgever en de consumenten stellen steeds hogere eisen aan onze branche – en dus ook aan die hele grote groep parttime medewerkers.”

Het complete onderzoek is op te vragen bij de Vereniging Professionele Frituurders of te vinden op de website van het CBS.

Bron: ProFri

Auteur: Steffen van Beek

Roken minder populair bij hoogopgeleiden

Marktcijfers - Steeds minder mensen roken, maar de verschillen in rookgedrag tussen mensen met verschillend opleidingsniveau worden steeds groter. Waar het aandeel rokers onder hoogopgeleiden sinds 1989 bijna is gehalveerd, daalde dit minder hard onder laagopgeleiden. Dit blijkt uit de laatste cijfers uit de Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor van het CBS, in samenwerking met het RIVM en Trimbos-instituut.

Volgens de cijfers daalt het aandeel rokers van mensen die 25 jaar of ouder zijn al decennia. Het nam af van 38 procent in 1989 naar 24 procent in 2016. Die daling verloopt echter niet overal op dezelfde manier. Zo bevinden zich onder hoogopgeleiden minder rokers dan onder laagopgeleiden. Rond 1990 rookte 38 procent van de laagopgeleiden, 40 procent van de middelbaar opgeleiden en 34 procent van de hoogopgeleiden. Een kwart eeuw later rookte nog 28 procent van de laag-, 26 procent van de middelbaar- en 18 procent van de hoogopgeleiden. Onder de hoogopgeleiden is het aandeel rokers dus sterker gedaald dan onder de laag en middelbaar opgeleiden. Ook het verschil in het aandeel rokers tussen hoogopgeleiden enerzijds en middelbaar en laagopgeleiden anderzijds is groter geworden.

Laagopgeleiden roken vaker

Laagopgeleiden roken niet alleen vaker dan hoogopgeleiden, zij zijn gemiddeld genomen ook de stevigste rokers. Van de laagopgeleide rokers rookt de overgrote meerderheid dagelijks (87 procent). Bij de rokers met een universitaire opleiding is dat minder dan de helft.

Ook zwaar roken (minstens 20 sigaretten per dag) komt meer voor onder lager opgeleiden. Zeven procent van de laagst opgeleiden is een zware roker, terwijl zwaar roken onder de hoogst opgeleiden nauwelijks voorkomt.

Bron: CBS

Auteur: Steffen van Beek