Rookruimten in horeca mogen blijven, KHN blij

Foto KHN

Uitspraak - De overheid mag voor roken in rookruimten een uitzondering maken op het rookverbod dat geldt in de horeca. Dat blijkt uit het oordeel van de rechtbank Den Haag in een zaak van Clean Air Nederland (CAN) tegen de Staat.

CAN is de zaak begonnen, omdat volgens haar de overheid moet voorzien in een volledig rookverbod in ruimten die voor het publiek toegankelijk zijn, zoals cafés en restaurants. CAN stelde zich op het standpunt dat het toestaan van roken in rookruimten in voor het publiek toegankelijke ruimten in strijd is met artikel 8 lid 2 van het Kaderverdrag van de Wereldgezondheidsorganisatie (het WHO-Kaderverdrag). Nederland heeft dat verdrag ondertekend. Nederland is volgens dat verdrag verplicht “effectieve maatregelen” te treffen die voorzien in de bescherming van eenieder tegen blootstelling aan tabaksrook.

De conclusie van de rechtbank is dat CAN zich in deze zaak niet op de bepaling kan beroepen. Volgens de rechtbank Den Haag kan vanuit dat WHO-verdrag niet de conclusie worden getrokken dat een uitzondering op het rookverbod voor rookruimten in voor het publiek toegankelijke ruimten onverenigbaar is met de verplichting van lidstaten om te voorzien in de bescherming van eenieder tegen blootstelling aan tabaksrook.

KHN is blij met de uitspraak

KHN is blij met deze uitspraak. De uitspraak bevestigt dat de invulling van het rookverbod zoals die in de Nederlandse Tabakswet is vormgegeven geldig is en blijft. Er geldt een rookverbod in de horeca, maar een rookruimte is mogelijk. KHN-voorzitter Robèr Willemsen: “in de horeca zijn en blijven rokers en niet-rokers welkom. Horecaondernemers hebben daar soms ook voorzieningen voor getroffen en het is dan ook een goede zaak dat deze investeringen niet onnodig zijn gedaan”.

Bron: KHN

Auteur: Steffen van Beek