Personeelsverloop kost horeca 1,4 miljard euro per jaar

Analyse – De horeca betaalt een hoge prijs voor het personeelsverloop in de sector. Volgens berekeningen van ABN AMRO is het verloop van personeel jaarlijks 40 procent en kost het de sector 1,4 miljard euro per jaar, of te wel 6 procent van de totale horecaomzet.

De horeca heeft traditioneel een grote arbeidsdynamiek, vanwege het grote aandeel jongeren dat actief is. Het werven en aantrekken van nieuw personeel wordt door de grote vraag naar arbeidskrachten uit ander sectoren steeds moeilijker en duurder. De horeca wordt hierdoor geconfronteerd met hoge kosten. Zo kost het vervangen van een fulltime werkende kok bijna 30.000 euro en het vervangen van een fulltime medewerker in de bediening ruim 15.000 duizend euro. Aan het jaarlijkse verloop van personeel hangt volgens ABN AMRO een prijskaartje van ruim 1,4 miljard euro per jaar.

42.000 euro

Volgens de bank gaat jaarlijks 6 procent van de horecaomzet op aan het op peil houden van de personele bezetting. Per bedrijf betekent dat zo’n 42.000 euro op jaarbasis. Die kosten bestaan niet alleen uit de werving, maar ook uit kosten die gemaakt moeten worden voor de opleiding. Daarnaast worden bedrijven nog eens geconfronteerd met een lagere arbeidsproductiviteit als gevolg van het nieuwe personeel. Dit zorgt er voor dat bedrijven minder makkelijk kunnen inspelen op de groeiende vraag.

Zorgelijk

Volgens de analyse van de bank is het personeelsverloop binnen de horeca heel zorgelijk. Het is zelfs groter dan binnen de gezondheidszorg, waar het verloop op 15,7 procent per jaar zit. Lage beloning, de hoge werkdruk, de gebrekkige mogelijkheid om carrière te maken en tekortschietende begeleiding zijn de belangrijkste redenen voor personeel om de horecasector te verlaten. Meer aandacht voor behoud van mensen is absoluut lonend. Van de groep die al is opgeleid verlaat nu 47 procent het vak al na zes maanden.

Waardering

Wil de horeca de komende jaren blijven groeien dan zijn nieuwe instromers noodzakelijk. Volgens ABN AMRO heeft de horecasector tussen nu en 2025 jaarlijks zo’n 140.000 tot 158.000 medewerkers nodig om aan die stijgende vraag in de horeca te voldoen. Iets dat onder de huidige omstandigheden niet gaat lukken. Inzet van slimmere technologie moet veranderingen aanbrengen. Technologie gericht op slimmere inzet personeel, waardoor overwerk kan worden voorkomen en slimmere techniek in de keuken. Daarnaast moet volgens Stef Driessen, Sector Banker Leisure van ABN AMRO. Personeel beter worden gewaardeerd. “Het is niet verstandig personeel te zien als kostenpost, maar vooral te beseffen dat het veel meerwaarde heeft als je medewerkers weet te behouden.”

Bron: @FoodClicks

Auteur: Steffen van Beek

‘Supermarkt wordt minder noodzakelijk voor consument’

Onderzoek - Drie op de tien consumenten zeggen bereid te zijn om boodschappen rechtstreeks, dus buiten de supermarkt of speciaalzaken om, bij (merk)producenten te bestellen, zo blijkt uit onderzoek in opdracht van ABN AMRO, waarover de bank vandaag bericht.

De helft van de consumenten wil zelfs rechtsreeks bestellen bij de producent als de boodschappen goedkoper zijn, of wanneer het om speciale producten gaat zoals exclusieve koffiecups, zelf samengestelde muesli of proteïne-drankjes.

Voor producenten is het rechtsreeks leveren via een eigen webshop aantrekkelijk, omdat ze dan meer informatie ontvangen over het koopgedrag van hun klant. De informatie die producenten nu zouden krijgen van de supermarkten is te beperkt, zo is te lezen in de rapportage. Producenten zijn steeds meer bezig om te onderzoeken op welke wijze zij informatie digitaal kunnen verzamelen en direct in contact kunnen komen met hun kopers.

Online verkoop

De online direct-to-consumer-verkoop (D2C, red.) bedroeg volgens ABN AMRO in 2018 ‘slechts’ 80 miljoen euro. Een fractie van de 1,48 miljard euro die totaal wordt uitgeven aan online boodschappen. De directe verkoop aan consumenten maakt wel de weg vrij voor rechtstreekse interactie met de consument, aldus de bank in haar rapportage. ‘De informatie over het koopgedrag biedt inzichten waarmee leveranciers hun assortiment kunnen verbeteren, nieuwe producten testen en herhalingsaankopen stimuleren. Ook blijft de producent tot aan de verkoop eigenaar van het product en bepaalt hij grotendeels zelf welke producten hij verkoopt en tegen welke prijs.’

Opvallend is dat uit het onderzoek blijkt dat meer omzet voor de grotere merkproducenten niet de belangrijkste drijfveer is om rechtsreeks aan de consument te leveren. Een beter contact zorgt er voor dat zij meer leren over hun eigen afnemers en biedt mogelijkheden die klanten meer aan zich te binden door spaarprogramma’s. Ook voor kleinere producenten biedt het D2C-kanaal mogelijkheden, omdat de ruimte die supermarkten de producten nu geven voor promotie en ondersteuning te beperkt is.

Toch blijkt uit onderzoek dat de consument niet zo maar overstag gaat en de boodschappen rechtstreeks gaat halen, Zo blijkt dat slechts 5 procent van de consumenten producten via een abonnement wil ontvangen. ‘Iets wat producenten juist een meer stabiele en voorspelbare omzet geeft’, aldus het rapport. Ook zit de consument niet te wachten op verschillende leveranciers aan de deur.

Strategische samenwerking

ABN AMRO verwacht dat de mogelijkheden van rechtstreekse leveringen aan de eindverbruiker door producten meer zal worden verkend de komende jaren. Desondanks blijft de supermarkt het belangrijkste aankoopkanaal. “Het inrichten van een succesvol direct-to-consumer-model is een grote uitdaging. Vooral de logistieke kosten zorgen ervoor dat het lastig is winstgevend te zijn. Zo is het maar de vraag of producenten aan de wens van de consument kunnen voldoen: goedkoper leveren dan supermarkten”, zegt Rob Morren, Sector Banker Food van ABN AMRO. “Hierin kan verandering komen als producenten de handen ineenslaan en een succesvol platform oprichten dat het assortiment van producenten bundelt en verbindt met de consument. Zo kunnen zij de kosten voor logistiek, distributiecentra en marketing delen en kan de consument kiezen uit een volwaardig aanbod. Een alternatief is om te investeren in een langdurige strategische samenwerking met supermarkten. Door de concurrentie met andere supermarkten hebben zij ook behoefte aan innovatieve producten om zich te onderscheiden. We verwachten daarom dat er steeds meer gesloten ketens ontstaan waarin supermarkten, producenten en boeren nauwer en exclusiever samenwerken en onderscheidende producten ontwikkelen.”

Bron: ABN AMRO/@FoodClicks

Auteur: Steffen van Beek

Foodservicebranche brengt eigen footprint in kaart

Duurzaamheid - Rob Morren, retailexpert van ABN AMRO, zei het onomwonden: ‘CO2-uitstoot wordt de nieuwe currency’. Het verminderen van de footprint bij het ene bedrijf kan als ruilmiddel worden ingezet bij de ander en op die manier help je elkaar.

De door PS in foodservice georganiseerde bijeenkomst over duurzaamheid en MVO trok zo’n tachtig belangstellenden uit de foodservicewereld en de wereld van duurzaamheid. Omdat de bijeenkomst mede in samenwerking met ABN AMRO en Ecochain was georganiseerd, was er ook een aantal relaties vanuit de banken- en duurzaamheidssector aanwezig. Het centrale thema was Food, Foodprint en Financing event, waarbij de ‘d’ in het woord foodprint een grapje was. Duidelijk werd aan de hand van een bijdrage van Christian Oudijk van horecabedrijf Vermaat dat het sommige partijen in de foodservicemarkt serieus is om werk te maken van het verspillen van grondstoffen en het in kaart brengen van de footprint van eten en drinken. Ingegeven door de wensen en eisen van opdrachtgevers, maar ook vanuit een eigen ambitie, willen steeds meer bedrijven inzichtelijk maken wat hun feitelijke eigen bijdrage is aan een beter milieu. Om die reden wordt geïnventariseerd in het registreren van de CO2-uitstoot en - nog belangrijker - wat de reductie van CO2 is bij het nemen van maatregelen. Oudijk: “Aan mijn opdrachtgevers heb ik toegezegd dat te zullen melden. Als fabrikanten mij dus niet kunnen vertellen wat de milieueffecten zijn van hun producten, dan kunnen wij straks geen producten meer van die bedrijven betrekken. Zij schakelen zichzelf dan uit als leverancier voor ons. Ik zou dus zeggen, meld je daarom aan en leg die informatie in de databank vast.”

Serieus probleem

Dat er straks wereldwijd negen miljard mensen gevoed moeten worden, is inmiddels genoegzaam bekend. Dat dat niet gaat met alle huidige grondstoffen is niet nieuw, maar blijft toch steeds weer een verrassing voor veel mensen. “Recent meldde CEO Dick Slootweg van groothandel Bidfood op een congres dat straks bepaalde producten niet meer verkrijgbaar zijn omdat er geen ingrediënten meer voor zijn”, aldus Morren van ABN AMRO. Het laat zien hoe serieus het probleem is volgens hem. Wat Morren betreft moeten wij daarom ook zo snel mogelijk omschakelen van een lineaire economie naar een circulaire economie. In dat kader past het om zaken met elkaar uit te wisselen en gezamenlijk een bijdrage te leveren aan milieu- en klimaatdoelstellingen. Feitelijk zou alles zich moeten richten op de 17 doelen die de Verenigde Naties heeft opgesteld. Als die in de calculatie van producten zou worden meegenomen, krijg je een veel eerlijkere prijs voor het product.

Vlees heeft impact

Fair pricing kwam bij meerdere personen die het podium beklommen aan bod. Drees Peter van den Bosch, medeoprichter van Willem & Drees bijvoorbeeld, is volop bezig om van al zijn producten in de maaltijdbox de milieu-impact te vermelden. Hij wees er op dat je niet zomaar voor alles een standaard kunt nemen: “Aardbeien hebben in de zomer vanaf de volle grond natuurlijk een andere footprint dan ’s winters vanuit de kassen. Daar moet je wel rekening mee houden.” En ook Harold Theunissen, manager chain programs bij vleesverwerkingsbedrijf Vion Food deelde zijn ervaring met CO2-reductie bij Vion Food. Vlees wordt door veel instanties gezien als een product met een enorme footprint. Dat die footprint groot is werd door Theunissen ook niet ontkend, maar dat die minder groot is dan vaak wordt gesuggereerd wilde hij wel kwijt. “Het verhaal dat voor een kilo vlees 38.000 liter water nodig is, kwam van een Ier die de totale neerslag had meegerekend die op de weilanden valt waar de runderen grazen. Op die manier kun je alles toerekenen naar de boodschap die je wilt vertellen.” Ook vleesvervangers hebben, volgens Theunissen, vaak een hogere footprint dan mensen vaak denken.

(Dit artikel is verschenen in de @FoodClicks-uitgave van mei 2019.Nog geen abonnee"Meld je hier aan voor een gratis digitaal abonnemenet)

Niet eenvoudig

Dat in de toekomst er anders met vlees en vis wordt omgegaan, is nu al zichtbaar. Steeds vaker kiezen consumenten voor een vleesloze dag of stappen over naar een meer flexitarisch eetpatroon. Ook Oudijk signaleert dat bij zijn horecabedrijf Vermaat. Vlees en vis zal de komende jaren steeds vaker als garnering worden ingezet en niet meer als hoofdbestanddeel van de maaltijd, zo voorspelde hij. Dat het vastleggen van de footprint een steeds belangrijker onderwerp wordt, werd ook duidelijk bij de aanwezige cateraars. In toenemende mate worden zij geconfronteerd met harde eisen op dit vlak bij hun opdrachtgevers. Dat het daarbij niet altijd eenvoudig is de juiste rekenmethodiek te kiezen voor alle milieueffecten, zoals transport en verpakking, wordt daarbij voor lief genomen. Vooralsnog dan.

Bron: @FoodClicks

Auteur: Steffen van Beek

‘Retailsector moet alle zeilen bijzetten, ondanks economische groei’

Onderzoek - De detailhandel beleeft in 2019 naar verwachting zijn zesde achtereenvolgende jaar van groei. Ook in de gunstige conjunctuur moeten winkeliers echter alle zeilen bijzetten. De kritische consument, digitalisering en stevige concurrentie veranderen het straatbeeld en leiden tot grote verschillen in prestatie tussen winkelgebieden, branches en ondernemers. Investeringen in personeel en service zijn voor winkeliers de voornaamste manier om het verschil te maken.

Dat schrijft Sonny Duijn, Sector Econoom Retail en Leisure van ABN AMRO in een rapportage over de Nederlandse retailsector. Want ondanks de verwachte groei van 2 procent dit jaar, moeten de winkeliers wel alle zeilen bijzetten om goed te kunnen blijven presteren.

Want de bedreigingen zijn er. Want ondanks de economische groei in het afgelopen jaar is het bezoek aan winkelgebieden in die periode op een gemiddelde zaterdag met 12 procent gedaald, zo signaleert ABN AMRO. En ook heeft ruim zeven op de tien winkelgebieden nu minder bezoekers dan in 2013. Om in die tendens verandering aan te brengen zijn overheden, ondernemers en vastgoedeigenaren bezig winkelgebieden attractiever te maken. Dat gebeurt op diverse manieren, maar zorgt er wel voor dat de samenstelling van een winkelgebied hierdoor verandert, bijvoorbeeld in de verhouding tussen ketens en zelfstandigen, tussen retail en horeca én verschillende branches. Soms zijn er namelijk winkels die geen hoge huur kunnen betalen, maar die toch belangrijk zijn voor de attractiviteit van een winkelgebied.

Andere consumentenbehoeften

Ook veranderende consumentbehoeften hebben het straatbeeld veranderd. Zo groeit de aandacht voor duurzaamheid. Mede hierdoor wonnen in de afgelopen vijf jaar tweedehandswinkels, kledingreparateurs en elektronicareparateurs terrein. Ook is de vrijetijds- en dienstensector bepalender geworden in het straatbeeld. Er was bijvoorbeeld een toename van eetzaken, ijssalons, wellness en kapperszaken. Tegelijk verdween 1 op de vijf schoenenwinkels in de afgelopen vijf jaar, ondanks de economische groei. Hetzelfde geldt voor tientallen slagers, bakkers en groenteboeren, die last hebben van de opmars van het vers aanbod binnen supermarkten. Daarnaast is het online aanbod sterk gegroeid, voortkomend uit een sterke consumentenvraag. Voor 2019 en 2020 verwacht ABN AMRO een groei van de internetomzet met 17,5% en 16,5%. De fysieke winkel blijft niettemin het primaire verkoopkanaal.

 Personeel maakt verschil

ABN AMRO stelt dat het cruciaal is dat lokale overheden, winkeliers en vastgoedeigenaren de handen verder ineenslaan om winkelgebieden aantrekkelijker maken. Het is daarbij positief dat de populariteit van bedrijfsinvesteringszones lijkt toe te nemen. Voor een afgebakend gebied kan dan een reeks investeringen gedaan worden waaraan ondernemers en pandeigenaren bijdragen, mits er genoeg draagvlak is. "Denk bijvoorbeeld aan investeringen in straatverlichting, evenementen, markten, plantenbakken en festivals", zegt Sonny Duijn, Sector Econoom Retail en Leisure van ABN AMRO. "De winkelverkopen groeien in 2019 en 2020, maar de concurrentie is hoog en de retailsector wordt gekenmerkt door grote verschillen. Investeringen in personeel zijn een van de belangrijkste focuspunten. De behoefte aan kennis en kunde is de afgelopen drie jaar verder toegenomen. Opleidingen, kennissessies met leveranciers en workshops kunnen erbij helpen. Dat intensiveert de klantrelatie, bijvoorbeeld als personeel een eigen visitekaartje met de klant deelt na een aankoop."

Bron: ABN AMRO/@FoodClicks

Auteur: Steffen van Beek

Albron introduceert duurzaam & circulair cateringconcept

Catering – Albron heeft in de vesting van ABN AMRO in Amersfoort, samen met de Smaackmakers een ‘radicaal duurzaam & circulair cateringconcept’ voor het vernieuwde kantoor neergezet. Albron kon daarvoor putten uit de ervaringen opgedaan bij haar circulaire horecaconcept The Green House, dat in april 2018 opende in Utrecht.

Het circulaire horecaconcept heeft de naam ‘Greenfields’ gekregen. Omschreven als een innovatief cateringconcept met een positieve ecologische én sociale impact over de volledige keten, met minimaal beslag op de planeet en maximale bijdrage aan productieve en geïnspireerde medewerkers. "Voor ons is duurzaamheid een belangrijk onderdeel van onze strategie. Zo spreken onze hypotheekadviseurs dagelijks met onze klanten over het verduurzamen van hun woning. Om ook zelf bij te dragen wilden we onze medewerkers een duurzaam cateringconcept aanbieden. Waarbij uitgangspunt was dat het bijdraagt aan vitaliteit, betaalbaar en uiteraard lekker is. En we hebben samen met Facility Management ook gelijk een proeftuin gecreëerd voor toekomstbestendige catering voor onze kantoren”, aldus Claire Dumas, Directeur Hypotheken bij ABN AMRO.

Plantbased

Greenfields is plantbased, wat inhoudt dat groente en fruit in het assortiment de hoofdrol spelen en dat er in het restaurant dus geen vlees en vis wordt aangeboden. Alle gerechten zijn vers en huisgemaakt en er wordt zoveel mogelijk gekookt met onbewerkte seizoensproducten met hoge voedingswaarden. Mark Hartmans, Manager marketing & business development bij Albron: “Volgens ons moet circulair cateren vooral gericht zijn op het optimaal gebruiken van de ingrediënten die worden verbruikt en op het beperken van de negatieve effecten van het proces van productie, transport, opslag, verkoop en afval. Maar bovenal moet het gaan over met heerlijk eten & drinken medewerkers inspireren en meenemen in het circulaire gedachtegoed.”

Smaackmakers

Natascha Kooiman, initiatiefnemer Smaackmakers: “Catering biedt een enorme kans om mensen gezond en duurzaam te laten eten én positieve impact te maken. Met het groei-impact-model dat we samen met Albron hebben opgesteld voor ABN AMRO, maken we doelstellingen rond o.a. lokaal, seizoen, verpakkingen, gezondheid, voedselverspilling en de eiwittransitie concreet. Dat is een behoorlijke innovatie in een wereld waarin normaal keurmerken leidend zijn als graadmeter voor duurzaamheid.”

Bron: @FoodClicks

Auteur: Steffen van Beek

Meerderheid consumenten wil niet betalen voor duurzamer voedselsysteem

Onderzoek – De Nederlandse consument verwacht de komende vijf jaar wel meer kwijt te zijn voor een duurzamer voedselsysteem, maar is feitelijk niet bereid daarvoor meer te betalen. Slechts 37 procent van de consumenten is bereid meer te betalen voor milieuvriendelijke voedselproducten.

Dit blijkt uit onderzoek dat PanelWizard in opdracht van ABN AMRO onder 2.065 consumenten heeft verricht. Uit het onderzoek blijkt dat maar liefst 9 op de 10 Nederlanders denken in de komende vijf jaar meer te moeten betalen voor boodschappen om het milieu te sparen. 37 procent van de consumenten is slechts bereid meer te betalen voor deze milieuvriendelijke voedselproducten. Ruim een kwart is zelfs niet bereid meer te betalen om de milieu-impact te verminderen en 36 procent heeft zich nog geen mening gevormd.

In de prijs die consumenten nu betalen voor voedsel zijn de 'maatschappelijke kosten' meestal niet verwerkt. Deze verborgen kosten, zoals de CO2-uitstoot of het verlies van biodiversiteit rond akkers, onttrekken zich aan het gezichtsveld van consumenten, producenten en supermarkten. Door het groeiende bewustzijn dat de milieu-impact van voedselproductie moet worden verminderd, staat True Cost Accounting (TCA) volgens ABN AMRO wel steeds meer in de belangstelling. Bij TCA wordt zowel de positieve als negatieve impact van een bedrijf op de omgeving inzichtelijk gemaakt. Door deze impact in geld uit te drukken, is het duidelijker welke producten vervuilend zijn.

Betalen is productafhankelijk

De bereidheid meer te betalen om de milieu-impact van de voedselproductie te beperken, is ook afhankelijk van het type product, laat de bank weten. Zo zegt ruim de helft van de consumenten - die nooit (bewust) biologische producten kopen - bereid te zijn meer te betalen voor aardappelen, groente en fruit als het bodemleven en de biodiversiteit rond akkers worden verbeterd. Deze bereidheid is veel lager bij zuivelproducten (41,6 procent) en bij frisdranken en vruchtensappen (38,5 procent). Als consumenten bereid zijn meer te betalen, biedt dit producenten meer financiële ruimte om bijvoorbeeld met innovaties de CO2-uitstoot in een fabriek te beperken of biodiversiteit rond akkers te stimuleren. Uit het onderzoek blijkt dat consumenten dan een gemiddelde prijsstijging van maximaal 9,6 procent gerechtvaardigd vinden. Consumenten die niet meer willen betalen, geven aan dat ze niet meer te besteden hebben (28 procent), het niet nodig vinden (28 procent) of dat de supermarkt genoegen moet nemen met minder marge (25 procent). Rob Morren, Sector Banker Food van ABN AMRO. "TCA biedt alle partijen de mogelijkheid weloverwogen productie- en aankoopkeuzes te maken. Consumenten zijn echter nog terughoudend om voor minder duurzame producten meer te betalen. Ze willen namelijk zeker weten dat de extra kosten die zij betalen ook daadwerkelijk worden ingezet voor verduurzaming, en niet zijn bedoeld om de winstmarges van partijen in de keten te verhogen".

Bron: ABN AMRO/@FoodClicks

Auteur: Steffen van Beek

Markt voor vleesvervangers wint snel terrein

Onderzoek – De markt van vleesvervangers groeit in 2018 met 6 procent. De verschuiving in consumptie van dierlijke naar plataardige eiwitten biedt de markt voor vleesvervangers steeds meer kansen. Ook de vleesproducenten signaleren de verschuiving vandaar dat zij steeds vaker in de markt van vleesvervangers stappen.

Die conclusies trek ABN AMRO is een rapport over de ontwikkelingen in de foodsector. De bank signaleert dat de Nederlandse consument in zijn consumptie steeds sterker beïnvloed wordt door toenemende zorgen over de impact op het milieu. Ook blijven dierenwelzijn en gezondheid belangrijke factoren in de keuzes van de consument. Hierdoor vindt een verschuiving plaats van dierlijke eiwitten naar plantaardige eiwitten.

Volgens ABN AMRO biedt dit kansen voor de markt van vleesvervangers en de groente- en vissector. Door de verschuiving van dierlijke naar plantaardige eiwitten is de markt voor vleesvervangers de afgelopen vijf jaar met 12 procent gegroeid. Het productaanbod neemt toe en dat geldt ook voor de investeringen. Hierdoor verwacht ABN AMRO de komende jaren een versnelling van de groei: in 2018 met 6 procent en in 2019 met 8 procent.

Alternatieve eiwitten

ABN AMRO verwacht dat ook de groente- en vissector in 2018 en 2019 zullen profiteren van de druk op de vleesconsumptie. Toch worden ook deze sectoren geconfronteerd met uitdagingen, zoals op het gebied van duurzaamheid. Zo staat voedselverspilling hoog op de agenda in de Aardappelen, Groente en Fruitsector (AGF) en heeft de vissector te maken met vraagstukken over dierenwelzijn. Zo is verdoofd fileren binnen de vissector in opkomst.

Vleesvervangers

Nu steeds meer consumenten op zoek zijn naar een alternatief voor vlees, zal de markt voor vleesvervangers in de komende jaren aan terrein winnen. "Het aanbod neemt toe, nu ook een aantal grote voedingsproducenten zich op deze markt begeven. Hierdoor wordt meer geïnvesteerd in vernieuwende producten, die op smaak en structuur beter kunnen concurreren met vlees", vertelt Nadia Menkveld, Sector Econoom Food van ABN AMRO.

Bron: ABN AMRO

Auteur: Steffen van Beek

Consument wil meer invloed op de voedselprijs

Onderzoek – De behoefte bij consumenten om meer te weten te komen over de prijsontwikkeling bij voedsel en invloed op de prijs groeit. Maar liefst 37 procent geeft aan te willen weten welke prijs een teler voor zijn producten krijgt.  Voor consumenten in de leeftijd tussen 18 en 39 jaar is dit zelfs 50 procent.

Dat blijkt uit onderzoek van ABN AMRO en GfK naar de informatiebehoeften van consumenten bij vier populaire vruchten: peren, mango's, avocado's en bananen. Volgens het onderzoek vinden steeds meer consumenten het belangrijk dat telers een leefbaar inkomen hebben. Bijna een vijfde geeft zelfs aan dat zij graag een mogelijkheid willen hebben om de fruitteler naar eigen inzicht extra voor zijn inspanningen te betalen.

'True costs'

Bijna 4 op 10 consumenten willen weten welke prijzen telers voor fruit ontvangen. Verder geeft 8 procent van de consumenten aan wel eens een QR-code te gebruiken op een verpakking om meer over herkomst en productiewijze te weten te komen. Als de consument ook de 'true costs' van een product kent, kan dit volgens ABN AMRO helpen bij het maken van duurzame keuzes en de verantwoording voor een hogere prijs.

Invloed

Consumentenparticipatie in de foodketen staat nog in de kinderschoenen, maar er zijn veelbelovende initiatieven, schrijft ABN AMRO. Zoals het Frans/Belgische concept Het Merk van de Consument, waarbij consumenten bepalen wat een pak melk kost, online stemmen over het inkomen van de boer en zo verantwoordelijkheid nemen voor de productiekosten en prijs van het product. "Steeds meer consumenten zijn klaar voor meer invloed op de prijzen die zij voor hun voedsel betalen. Vooral jongere generaties hebben een radar voor eerlijke en duurzame productie. Hierbij is het wel cruciaal dat zij de productieomstandigheden begrijpen en de 'verborgen kosten' kennen", vertelt Rob Morren, Sector Banker Food van ABN AMRO. "Dat biedt kansen om de afstand tussen consument en producent te verkleinen en een productketen meer vraaggestuurd in te richten.

Bron: ABN AMRO/@FoodClicks

Auteur: Steffen van Beek

Consument kan nu ook winkelier met Tikkie betalen

Betaalsysteem - Vanaf vandaag is het mogelijk om als consument een winkelier met Tikkie te betalen. Binnen of buiten de winkel zelf, dat maakt niet uit. Consumenten kunnen - zonder eerst langs een kassa of betaalzuil te lopen - zelf afrekenen met Tikkie. De pilot gaat van start bij Munch Fit Food To Go in Amsterdam.

ABN AMRO heeft samen met Munch Fit Food To Go een Grab & Go schap gecreëerd waar klanten versgeperste sapjes, wraps en maaltijden met de betaalsoftware Tikkie kunnen afrekenen. De klant scant met z'n telefoon de QR-code op het product en automatisch opent zich dan de iDEAL-betaalpagina  in de Tikkie-omgeving. Na de betaling ontvangt de klant de bevestiging.

Lesley Flohil van ABN AMRO: “Bij deze pilot kijken we naar afrekenen met QR-codes in een winkel, waarbij het - doordat betaling buiten de winkel ook mogelijk is - ook draait om de betaalmoraliteit van de Nederlander." Volgens Flohil blijkt uit onderzoek dat klanten een betere betaalmoraal hebben als ze vertrouwen krijgen.

Festival

Na de succesvolle pilot tijdens het Amsterdamse Terrassen Festival krijgen bezoekers van de Winterparade in RAI Amsterdam de mogelijkheid om vanaf de eigen tafel bestellingen te plaatsen en betalen. Iedere tafel krijgt een QR-code en ook de menukaart wordt weergegeven met QR-codes. De klant scant zijn tafel en bestelling, waarna deze automatisch via WhatsApp wordt verstuurd naar de bar. De klant krijgt vervolgens een Tikkie terug en na betaling wordt de bestelling gebracht.

Groei 

Volgens ABN AMRO versturen inmiddels meer dan 1,4 miljoen Nederlanders elke maand vele duizenden Tikkie-betaalverzoeken. Tikkie is een initiatief van ABN AMRO maar gratis te gebruiken voor klanten van alle Nederlandse banken. De app voldoet aan de richtlijnen en veiligheidseisen van ABN AMRO. Gebruikersgegevens zijn dus goed beschermd en worden niet gedeeld met andere bedrijven.

Bron: ABN AMRO

Auteur: Steffen van Beek

ABN Amro: Attractieparken presteren goed, maar concurrentie neemt toe

Onderzoek - Nederlandse attractieparken en dierentuinen profiteren van de gunstige economische situatie en het positieve sentiment. Zij zien hun bezoekersaantallen dit en volgend jaar stijgen. Daarmee presteren zij - internationaal bezien – goed, maar de concurrentie in eigen land neemt fors toe. Dit blijkt uit een vandaag gepubliceerd rapport van ABN Amro over de ontwikkelingen in de leisuremarkt.

Attractieparken en dierentuinen concurreren elkaar onderling, maar ook met musea, bioscopen, festivals, weekendjes weg, een bezoek aan IKEA, fiets- of wandeltochten en andere vormen van vrijetijdsbesteding. Juist door deze toenemende concurrentie richten Nederlandse attractieparken zich voor hun groei steeds meer op buitenlandse toeristen.

Nederland telde in 2016 zestien dagattracties die één miljoen of meer (internationale) bezoeken registreerden. In 2015 waren dat er nog twaalf. Zo komt inmiddels zo’n 30 procent van de bezoekers van Attractie- en vakantiepark Slagharen uit Duitsland. Naast Duitse bezoekers zijn het vooral de Belgen die een bezoek brengen aan de atttractieparken.

Eten en drinken

Volgens het attractiepuntenonderzoek van NBTC-Nipo geven Nederlanders zo’n 7,70 euro per bezoek uit aan eten en drinken. In 2015 stelde ABN Amro vast dat bezoekers van attractieparken en dierentuinen voor maar liefst 145 miljoen euro aan eigen consumpties meenemen.

Thematiseren

Op het vlak van eten en drinken liggen er nog mogelijkheden volgens de bank, zeker op het gebied van thematiseren. In internationaal perspectief worden veel van de premium ervaringen georganiseerd rond de eettafel. Zo biedt Universal Studio’s in Singapore de mogelijkheid van een speciaal ontbijt, geserveerd door Bert, Ernie en andere figuren uit Sesamstraat. In aanvulling op zijn Lion King-events organiseerde Disney de Harambe Nights waarbij personages uit de film bezoekers trakteerden op exotische gerechten.

Voor de zeer kapitaalkrachtige bezoekers organiseerde Disney begin dit jaar een Private Dining Experience. 21 Royal vond plaats in het Dream Suite-appartement van het Grand Californian Hotel & Spa, de voormalige privésuite van Walt en Lilian Disney. Daar kregen de 15.000 dollar betalende gasten een ‘epicurian dinner’ voorgeschoteld met zowel culinaire- als showelementen.

Bron: ABN Amro/@FoodClicks

Auteur: Steffen van Beek