Picnic wil met INretail eigen cao bouwen

Bezorgdienst - Online supermarkt Picnic gaat samen met zijn medewerkers en brancheorganisatie INretail in de fulfilment centers een eigen cao bouwen. Picnic wil een cao, die beter aansluit bij de wensen van werknemers van deze tijd.

De bezorgdienst ligt al geruime tijd overhoop met de vakbonden over een juiste invulling van de werkafspraken. Picnic wil daarom samen met INretail bouwen aan een eigen e-commerce-cao. Het bedrijf zegt daarover is hierover reeds maanden in open dialoogsessies met haar werknemers in gesprek. De retail-cao van brancheorganisatie INretail zal als basis dienen.

Picnic is de nieuwe online supermarkt die geen winkels heeft, maar rechtstreeks aan klanten thuis levert. De fulfilment centers (FC’s) van Picnic vallen niet binnen de werkingssfeer van de supermarkt-cao. Picnic is daarnaast van mening dat de supermarkt-cao hopeloos achterhaald is en leidt tot scheve situaties als die zou worden toegepast. Zo betaalt Picnic onder andere toeslagen op andere momenten, geeft medewerkers de gelegenheid zelf te plannen, biedt gratis lunch en diner aan en voorziet in een reiskostenvergoeding.

Vaste Kamercommissie

Michiel Muller, mede-oprichter van Picnic: “Voor de e-commercesector bestaat op dit moment geen cao. Na gesprekken met sociale partners hebben we het initiatief genomen om daaraan iets te doen. Op suggestie van de vaste Kamercommissie van SZW zijn we in gesprek geraakt met INretail die een retail-cao heeft. Deze is al behoorlijk modern en vormt de basis voor de e-commerce-cao.”

Bron: Picnic/@FoodClicks

Auteur: Steffen van Beek

Macht online platforms bron van zorg voor retailers en hoteleigenaren

Onderzoek - Bijna 60% van de retail- en hotelondernemers in Nederland maakt zich zorgen over de grote macht van online platforms, zoals Booking.com, Amazon en Alibaba. Dit blijkt uit onderzoek van de Hogeschool van Amsterdam onder 540 ondernemers; in opdracht van ShoppingTomorrow. Zorgpunten van retailers en hotels zijn o.a. de stijgende kosten die platforms vragen voor de samenwerking en het feit dat ondernemers niet zelf contact met hun klanten kunnen hebben.

De opkomst van online platforms is één van de belangrijkste ontwikkelingen binnen de Nederlandse retail- en horecabranche. Deze online platforms hebben ondernemers de afgelopen jaren veel gebracht. Ondernemers zien veel kansen, zo blijkt uit het onderzoek dat in samenwerking met Koninklijke INretail, Thuiswinkel.org, BOVAG en Koninklijke Horeca Nederland (KHN) is gedaan. Als belangrijkste redenen om samen te werken met online platforms geeft 59% van de hotels en retailers aan dit te doen om omzetgroei te realiseren en om leads te genereren naar de eigen webshop (26%).

Zorgpunten

Naast de kansen die worden gezien door ondernemers, zijn er ook pijnpunten in de samenwerking met platforms. Van de deelnemers aan het onderzoek vindt 58% dat online platforms veel macht hebben ten opzichte van retailers en hotels. Uit het onderzoek blijkt dat ondernemers zich met name zorgen maken over de stijgende verkoop-/advertentiekosten (36%), het rendement (33%) en de concurrentie van de online platforms zelf (23%). Voor één op de drie ondernemers is ook het gebrek aan contact met de klant of gast een belangrijk punt van zorg. Zij willen hun klanten/gasten zelf vervolgaanbiedingen kunnen doen.

Politiek

Robèr Willemsen, voorzitter KHN: “Dit onderzoek bevestigt wat wij al langer roepen, namelijk dat er iets moet gebeuren aan te grote macht van de online platforms. KHN wil dat horecaondernemers weer baas zijn in hun eigen zaak. En daar hebben we de Nederlandse politiek voor nodig. Wij roepen hen op om te komen met een wettelijke verplichting voor eerlijkere contracten tussen ondernemers en platforms. En om de laagste prijsgarantie af te schaffen.”

Bijna alle hotels zijn actief op online platforms. Van alle deelnemende retailers is dat 33%. Retailers en hotels die nog geen gebruik maken van online platforms, geven als belangrijkste argumenten: past niet bij de uitstraling van het bedrijf (31%), geen tijd om in te verdiepen (27%) en onvoldoende kennis van online platforms (24%).

Bron: KHN

Auteur: Steffen van Beek