Grote belangstelling voor KHN-platform BookDinners

Horeca – Het nieuwe reserveringsplatform BookDinners dat Koninklijke Horeca Nederland (KHN) tijdens de horecabeurs Gastvrij Rotterdam bekend maakte, heeft inmiddels al 1200 restaurants aangesloten. Begin 2018 wordt BookDinners richting de Nederlandse consument gepromoot.

BookDinners is een initiatief van KHN en een groot aantal partijen, waaronder de Samen-werkende Horeca Ketens, TheNext Table, Stardekk, Bonchef, Formitable, WeReserve, Resengo, CPI (Centrum voor Publieke Innovatie) en HorecaDNA. De grootste kracht van dit platform is dat restaurants weer zelf de regie krijgen. Ze kunnen met BookDinners zelf bepalen waar ze als restaurant voor staan, welke marketingacties ze gaat doen en wanneer. Bovendien kunnen restaurants rechtstreeks communiceren met hun (toekomstige) gasten. Dat is voor restaurants erg belangrijk, omdat mensen zich steeds meer online oriënteren, online een tafel reserveren en erg gericht zijn op promoties of specials.

Op dit moment hebben 1200 restaurants zich aangesloten. De ambitie is dat er halverwege 2018 minimaal 3000 restaurants aangesloten zijn. KHN laat weten dat zij nu op 40% van de doelstelling zitten en met de huidige inspanning zullen de komende weken zich nog meer restaurants aanmelden. Restaurants die willen deelnemen, kunnen dat tot halverwege 2018 gratis doen. Vanaf dat moment betalen deelnemers een vast laag bedrag per maand.

Bron: KHN

Auteur: Steffen van Beek

VNG wil gemeenten zelf laten beslissen over drank en retail, KHN niet

Politiek - Gemeente moeten zelf kunnen beslissen of en met welke voorwaarden mengvormen van horeca (met alcohol) en retail is toegestaan. Dat stelt de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) naar aanleiding van de zogenaamde ‘blurring-pilot’ die de vereniging in een aantal gemeenten heeft gehouden. Koninklijke Horeca Nederland vindt het een slecht idee.

Afgelopen vrijdag publiceerde VNG de resultaten van de blurring-pilot. Een klein aantal gemeenten en ondernemers kreeg een jaar de ruimte om meer te doen dan volgens de Drank en Horecawet (DHW) mag. De VNG concludeert dat de pilot succesvol was en stelt voor dat gemeenten de bevoegdheid krijgen om te beslissen of en met welke voorwaarden mengvormen van horeca (met alcohol) en retail is toegestaan.

KHN vindt dit een slecht idee.  Robèr Willemsen, voorzitter van KHN: “Uiteraard zijn de gemeenten en ondernemers positief over de pilot. Dat was dé reden om mee te doen. Andere partijen is in het kader van de pilot alleen niet om hun mening gevraagd. Wat ons betreft is het een gevaarlijke ontwikkeling om overal alcohol te laten verkopen of schenken”

Om ervoor te zorgen dat er op een goede en verstandige manier wordt omgegaan met alcohol, zijn er regels over wie, waar en onder welke voorwaarden (vergunning, opleidingseisen, inrichtingseisen) alcohol mag schenken. Deze regels en uitgangspunten voor de volksgezondheid zijn wat KHN betreft nog steeds net zo belangrijk als toen de eerste alcoholwet werd gemaakt. De VNG stelt nu voor om de wet zo aan te passen dat gemeenten de bevoegdheid krijgen om te beslissen of mengvormen van horeca (met alcohol) en winkelvormen wel of niet zijn toegestaan en zo ja onder welke voorwaarden.

Vrijbrief

Het voorstel van de VNG kan bijvoorbeeld betekenen dat in de ene gemeente wordt toegestaan dat kledingzaken alcohol mogen weggeven of verkopen, en in de andere gemeente niet. Een gemeente kan bovendien zelf bepalen of er vergunningeisen gelden en of er wel of niet een Verklaring Sociale Hygiëne nodig is.Willemsen: “Wat ons betreft zijn de bestaande regels ervoor om te zorgen dat alcohol op een verantwoorde manier wordt verstrekt. Als de politiek al ‘blurren met alcohol’ zou willen toestaan, dan vindt KHN dat voor andere alcoholverstrekkers dezelfde voorwaarden moeten gelden als voor de reguliere horeca met een Drank en Horecawetvergunning. Dus: dezelfde vergunnings- en opleidingseisen (Verklaring Sociale Hygiëne) en dezelfde eisen die aan de inrichting worden gesteld.”

Bron: KHN/@FoodClicks

Auteur: Steffen van Beek

Horeca plust in het tweede kwartaal, maar groeicijfer vraagt wel nuancering

Marktcijfers - De horecaomzet groeide in het tweede kwartaal met 9,1% ten opzichte van hetzelfde kwartaal vorig jaar. Ten opzichte van het eerste groeide de omzet met 1,8%. De positieve cijfers die het CBS gisteren bekendmaakte vragen volgens Koninklijke Horeca Nederland (KHN) wel om enige nuancering.

Robèr Willemsen, voorzitter van KHN: “Onze branche profiteert van een gunstig economisch klimaat; Nederlanders en toeristen consumeren meer in de Nederlandse horeca en geven daarbij ook meer uit. Maar we moeten ook realistisch zijn. Omzet is nog geen winst. Er zijn hotels, restaurants en cafés waar het hartstikke goed gaat, maar er zijn ook nog steeds bedrijven waar het minder goed gaat. Bovendien zijn er ook dit kwartaal weer veel horecazaken bijgekomen, waardoor de concurrentie verder toeneemt.”

Sterke groei fastservice

Binnen de horeca ging het in het tweede kwartaal van 2017 met alle verschillende bedrijfstakken goed. De hoogste omzetgroei is te zien bij fastservicebedrijven. Dat sluit aan bij het feit dat het eetpatroon van mensen de laatste jaren verandert. Meer mensen kiezen voor gemak en snelheid en laten vaker eten bezorgen. Het aantal fastservicebedrijven (snackbars, fastfood-restaurants, lunchrooms en bezorgdiensten) groeit dan ook sneller dan het aantal restaurants. Zo laat KHN weten. Daarbij komt dat het aantal bedrijven harder groeit dan het aantal verkochte consumpties. Al geven consumenten wel meer uit voor deze consumpties. Dat betekent dat de omzet over meerdere bedrijven moet worden verdeeld.

Nuancering

Ook bij cafés, waar het eerder minder goed ging, zien het CBS in het afgelopen kwartaal een duidelijk herstel. Toch is daar een relativering op z’n plaats, volgens de horeca-voorman, want in vergelijking met tien jaar geleden is een-vijfde van de cafés (en daarmee hun omzet) verdwenen.

Volgens KHN is het van belang niet alleen naar de voorkant van de cijfers te kijken, maar ook naar de achterliggende zaken. Toenemende concurrentie door meer horeca-aanbod, stijgende huurprijzen en grotere afdrachten aan commissies zetten de marges onder druk. In lang niet alle gevallen wordt die zaken gecompenseerd door de toename in de omzet, volgens KHN.

Bron: KHN/@FoodClicks

Auteur: Steffen van Beek

Strandpaviljoen haalt binnen 10 minuten 75.000 euro op voor terras

Leisure – Dat crowdfunding voor horecabedrijven als financieringsvorm vaak goed werkt, is inmiddels bekend. Maar 75.000 euro binnen tien minuten ophalen voor een nieuw terras is toch een huzarenstukje. Strandpaviljoen Zwoel in Hoek van Holland lukte het.

Op de site van KHN is het verhaal van Kees de Mooij mede-eigenaar van Zwoel, die hierin slaagde, te lezen. Omdat banken niet meer zo happig zijn om extra kapitaal te financieren, zette hij een crowdfundingactie op. “Wij haalden binnen tien minuten 75.000 euro op,” laat hij weten.

Kees en zijn compagnon Harold Hasselbach openden in januari 2017 strandclub Zwoel. Voor de zomer wilden zij uitbreiden met een nieuw terras. Mar de cashflow daarvoor was niet echt toereikend. Door KHN werden zij geattendeerd op Horeca Crowdfunding Nederland. Het plan dat zij daarvoor optekenden, werd gecontroleerd en daarmee kregen zij groen licht en werd op een maandagochtend om half elf hun crowfunding opengesteld voor inschrijvers. De Mooij: "145 investeerders zagen zoveel in ons bedrijf dat ze snel intekenden.”

Kees en Harald betalen aan de investeerders 8 procent rente. “Dat is misschien meer dan bij de grote bank”, vertelt De Mooij. “Maar tijd is ook geld. Daarnaast hebben we ook direct 145 ambassadeurs. Dat is niet in geld uit te drukken. Die komen echt wel een keer bij je kijken en consumeren. Die paar procent rente heb je dus zo terugverdiend.

Bron: KHN

Auteur: Steffen van Beek

Horeca en gemeente Utrecht gaan naleving NIX18 samen beetpakken

Horeca - De gemeente Utrecht, Koninklijke Horeca Nederland Utrecht (KHN) en Utrechtse horecaondernemers gaan een jaar intensief samenwerken om de naleving op het niet schenken van alcohol aan jongeren onder de 18 (NIX18)  te verbeteren. Een speciale stichting, 'NIX18 in Utrecht', gaat horecaondernemers stimuleren om geen alcohol te schenken aan jongeren tot 18 jaar. Wethouder volksgezondheid Victor Everhardt en voorzitter Eddy Schouten van de stichting ‘Nix18 in Utrecht’ tekenden vandaag een convenant als start van een pilot, die loopt tot juni 2018.

Het initiatief is vooral ingegeven door de gezondheidsrisico’s die er kleven aan alcoholgebruik door jongeren. “Uit onderzoek blijkt dat het drinken van alcohol op jonge leeftijd schade kan toebrengen aan hersenen, die in de pubertijd nog volop in ontwikkeling zijn. Hoewel jongeren dit vaak wel weten, proberen jongeren onder 18 jaar nog te vaak alcohol te bestellen in openbare horecagelegenheden. Het is belangrijk dat iedereen de ernst van mogelijke gezondheidsschade onderkent,” aldus wethouder Volksgezondheid Victor Everhardt.

40 horecadeelnemers

Ondernemers van Utrechtse horecabedrijven kunnen zich opgeven bij de stichting 'NIX18 in Utrecht' om mee te doen aan een pilot, die vandaag van start gaat. Erik Derksen, vice-voorzitter van KHN Utrecht: “Er doen nu al zo’n 40 horecaondernemers mee aan de pilot. De ondernemers krijgen advies en hulp op maat vanuit de stichting NIX18 in Utrecht en er komen ieder kwartaal mystery quests over de vloer.”

Mystery visits

Deze mystery visits worden uitgevoerd door het bureau Objectief. Zij geven als bureau vanuit hun expertise ook aandacht en feedback aan de horecaondernemers die meedoen aan de pilot. Het doel is dat deze aandacht en feedback er toe leidt dat de naleving van de leeftijdgrens positief wordt beïnvloed. De gemeente hoopt dat de aanpak er voor zorgt dat steeds meer 'NIX18 ondernemers' het verbod op schenken van alcohol aan jongeren onder de 18 naleven. De gemeente speelt als toezichthouder een actieve rol bij de stichting. De gemeente Utrecht zal dan het toezicht op de aan de pilot deelnemende horecagelegenheden voor het onderwerp ‘naleving leeftijdsgrens’ verminderen.

De gemeente, stichting NIX18 in Utrecht en KHN Utrecht evalueren in juni 2018 de resultaten van de pilot.

Bron: KHN

Auteur: Steffen van Beek

FNV Horeca: ‘Kwaliteit horeca keldert door personeelstekort’

Horeca - Kwaliteitsrestaurants die halffabricaten van de groothandel serveren. Gasten die weglopen doordat zij lang moeten wachten. De kwaliteit van de horeca keldert door een groeiend personeelstekort vanwege uitgeklede arbeidsvoorwaarden. De actie wordt ondersteund met een ludiek filmpje.

Dat stelt FNV Horeca in haar strijd om deze zomer samen met werkgeversorganisatie Koninklijke Horeca Nederland (KHN) een nieuwe cao voor de horeca  te regelen over loon, werktijden en scholing. FNV Horeca is van mening dat het de hoogste tijd wordt voor een nieuwe cao en verwacht op die manier het werken in de horeca weer aantrekkelijk te maken. De vorige cao stamt uit 2014.

Bea van den Bosch, campagneleider FNV Horeca: “Het is van levensbelang om gekwalificeerde en gemotiveerde horecamedewerkers beter te waarderen en in hen te investeren. Zo blijven zij langer behouden voor de sector en dit is een gezamenlijk belang van werknemers en werkgevers.” De bond is van mening dat de stijgende horecaomzetten van de laatste tijd rechtvaardigen dat er een loonsverhoging komt van 4,75 procent met terugwerkende kracht voor de periode 2013-2016, aangevuld met een loonsverhoging van 2,5 procent voor 2017.

KHN vindt die eis onbillijk en wijst er op dat de omzetten weliswaar kunnen stijgen, maar dat veel horecabedrijven nog lang niet gezond zijn. De klap van de afgelopen jaren zijn zij nog niet te boven, ook niet omdat er veel meer horecapunten zijn bijgekomen, waardoor de koek over veel meer partijen moet worden verdeeld.

Personeelstekort

Beide partijen delen de zorg over de beschikbaarheid van mensen die voor het horecavak kiezen. Volgens cijfers van het CBS is het aantal vacatures in de horeca in twee jaar gestegen van 64.000 in 2014 tot 84.000 in 2016, een stijging van 30%. Volgens het UWV is de vacaturegraad in de horeca ongeveer twee keer zo hoog als gemiddeld. Dit komt door een hoog personeelsverloop en het grote aandeel tijdelijke contracten. Verwacht wordt dat het aantal vacatures in de horeca nog verder zal toenemen.

Bron: @FoodClicks

Auteur: Steffen van Beek

KHN en gemeente Utrecht gaan met horecabedrijven naleving NIX18 verbeteren

Actie - De gemeente Utrecht, Koninklijke Horeca Nederland Utrecht (KNH) en Utrechtse horecabedrijven gaan een jaar lang intensief samenwerken om de naleving op NIX18 te verbeteren. Hiertoe sluiten partijen een convenant.

Een speciaal hiervoor opgerichte stichting gaat een pilot uitvoeren om horecaondernemers in Utrecht te stimuleren meer aandacht te hebben voor de gezondheid van jongeren en geen alcohol te schenken aan jongeren tot 18 jaar.

Wethouder volksgezondheid Victor Everhardt tekent op vrijdag 30 juni 2017 het convenant met de stichting 'NIX18 in Utrecht' en geeft daarmee het startsein van de pilot.

Bron: KHN

Auteur: Steffen van Beek

GfK: Food kan belangrijke rol spelen bij succes cafébedrijf

Marktonderzoek - Waar de horeca al enige tijd mooie groeicijfers laat zien, zit het café nog altijd in de problemen. Vrije tijd is alsmaar schaarser en gewoon bijkletsen vindt vooral op social media plaats. Niet vreemd dat er steeds meer eisen worden gesteld aan een avondje uit. Food speelt daarin belangrijke rol.

Koninklijke Horeca Nederland (KHN) liet daarom onderzoeksbureau GfK onderzoeken op welke manier de gast van de bank is te halen en weer over te halen tot een bezoek aan het cafébedrijf. Met alle alternatieven, zoals festivals, events, bioscopen, concepten die gebouwd zijn rondom bierbrouwerijen of koffiebranders is dat nog geen eenvoudige opgave.

Op basis van de resultaten van het GfK-onderzoek mag gesteld worden dat gasten van het cafébedrijf tevreden zijn over de gastvrijheid, maar dat een ‘geslaagd avondje uit’ in de regel niet wordt gepland, maar eigenlijk altijd afhankelijk is van de sfeer en het gezelschap dat men in het café aantreft; men moet ‘een klik’ voelen met de andere gasten. De kunst voor ondernemers is dus het slim bij elkaar brengen van gelijkgestemden door doorlopend te activeren en sociale ‘events’ te faciliteren. Steeds vaker is een ook een goed en verrassend aanbod in food een element dat hierbij onmisbaar is; food blijkt namelijk een belangrijke ‘verbinder’.

De vertaalslag naar relevante horecaconcepten is per definitie lokaal maatwerk en begint met zeer goed begrijpen voor wie je op welk moment relevant wilt zijn. Uit het onderzoek komen zes consumentengroepen naar voren die verschillende zaken belangrijk vinden, een ander cafébezoek laten zien en dus op een andere manier benaderd moeten worden. Er wordt onderscheid gemaakt tussen:

• Avonturiers

• De Open-minded

• Dromers

• Kwaliteitszoekers

• Ouders van nu

• Huiselijken

De avonturier is, volgens het rapport, de typische cafébezoeker en heeft ook het grootste aandeel binnen de huidige bezoeken aan het café (30% van de cafébezoeken). Food is bij deze groep ondergeschikt maar als ze iets pakken moet het wel van goede kwaliteit zijn. Deze groep bevat veel werkzame personen en het betreft vaker mannen. De groep is middelbaar opgeleid en heeft een gemiddeld inkomen. Ideaal avondje uit: (speciaal)bier, spareribs, bittergarnituur, goed gebekt personeel, liever staan dan zitten en geen uitgesproken muziekvoorkeuren.

De Open-minded

De Open-minded zijn goed voor 20% van de cafébezoeken en laten zich graag uitdagen. Ze zoeken het liefst de scherpe randjes op in muziek, eten en drinken. Je kunt de Open-minded ook eigentijds noemen of er in ieder geval van uitgaan dat zij zich graag spiegelen aan deze groep. Het personeel is voor deze groep ondergeschikt en mag niet te dominant zijn: ‘shinen’ doet de Open-minded vooral lekker zelf. Deze groep bevat relatief meer jongeren en studenten, leeftijd ligt tussen de 20-40 jaar en herbergt vooral veel hoogopgeleide vrouwen in stedelijke gebieden. Ideaal avondje uit: gin-tonic, cocktails, verse sappen, dim-sum, poke bowls, eigentijds maar vooral ook dienend personeel en de meer extreme muziekstijlen.

Dromers

De Dromers (6% van de cafébezoeken) komen om lekker samen bij te kletsen en willen dan ook graag zitten. Het moet vooral niet te gek voor deze groep. Deze groep bevat veel jongeren met een gemiddelde leeftijd ligt tussen de 15-29 jaar en betreft vaker vrouwen. De groep is vaker laag opgeleid, rookt duidelijk vaker en heeft een laag tot gemiddeld inkomen. Ideaal avondje uit: zoete witte wijn, baco, simpele bekende gerechten, salade geitenkaas, roken, bediening van jonge kerels, top 40 muziek.

Activeren

De andere drie groepen zijn momenteel minder goed vindbaar in het café, met een diversiteit aan motieven. Toch reden genoeg om na te denken of hier gerichte activatie in sommige gevallen niet heel erg logisch is, aldus het onderzoek. Vooral de kwaliteitszoekers vormt naar de toekomst een steeds belangrijker prospect. Hij heeft namelijk tijd en geld maar voelt zich nog verre van thuis in het café van nu.

Bas van Eekelen van marktonderzoeksbureau GfK concluderend: “Nederlanders kiezen niet massaal voor één soort avondje uit. Daarvoor zijn de huidige en potentiële bezoekers van cafés te divers. Daarbij komt dat het aantal alternatieven voor het café de laatste jaren flink is gegroeid waardoor gasten hoge verwachtingen hebben van een avondje uit.

Robèr Willemsen, voorzitter KHN: “Als een horecaondernemer zich bewust richt op een doelgroep en daar een uniek en passend concept voor ontwikkelt, dan kan hij of zij het zeker voor elkaar krijgen om mensen van de bank naar de bar te krijgen.”

Bron: KHN

Auteur: Steffen van Beek

KHN nuanceert fraaie CBS-groeicijfers eerste kwartaal

Marktcijfers – De horecaomzet is in het eerste kwartaal met 3 procent gestegen ten opzichte van het vierde kwartaal 2016. Ten opzichte van het eerste kwartaal 2016 steeg de horecaomzet zelfs met 6,4%, volgens cijfers van het CBS vandaag. Maar toch vragen die fraaie cijfers wel om enige nuancering, aldus Robèr Willemsen, voorzitter van Koninklijke Horeca Nederland (KHN), want de groei vlakt duidelijk af. zeker bij een aantal individuele ondernemers.

Meer faillissementen en een groeiende groep horecaondernemers die het moeilijk heeft vragen volgens de voorzitter om die nuancering. Het feit dat de horeca sector al vier achtereenvolgende jaren groeit, heeft er bij sommige ondernemers nog niet toe geleid dat zij weer op een gezonde manier kunnen investeren. “Het is dus niet overal goed nieuws. En we moeten er als horecabranche voor zorgen dat we voldoende nieuwe medewerkers aan ons kunnen binden. Dat is onze uitdaging voor de komende tijd,” aldus de voorzitter

Profiteert

De horeca profiteert van het stijgende consumentenvertrouwen en de groeiende bestedingen, zo blijkt uit de kwartaalmonitor horeca van het CBS die vandaag is gepubliceerd. Er werd meer gegeten en gedronken in de horeca. Ook de aanhoudende groei in het toerisme is gunstig. Er werd meer overnacht in Nederlandse hotels door zowel binnenlandse (+3,6%) als buitenlandse (+8,2%) gasten.

Divers

Dat de markt afvlakt is volgens Willemsen logisch, want de horecamarkt wordt niet groter. Maar het aantal horecaondernemers neemt wel toe. De koek moet dus met steeds meer mensen worden gedeeld, is de opvatting van KHN. Daarnaast zie je, volgens de voorzitter,  grote verschillen: zowel regionaal als per bedrijfstak. “Ook dat is logisch, want dé horeca bestaat eigenlijk niet. Onze branche is ontzettend divers: van kleine hotels tot ketenhotels, van sterrenrestaurants tot de snackbar en van een klein koffiezaakje tot een discotheek. Er zijn horecaondernemers waar het heel goed gaat, er worden nieuwe, goedlopende concepten geïntroduceerd en ketens en hotels zitten in de lift. Maar er zijn ook bedrijven die van ver komen en het nog steeds zwaarder hebben. Doordat er meer concurrentie is en vanwege de hogere loonkosten.” De grootste uitdaging voor de horecabranche de komende tijd ziet Willemsen daarom in het aantrekken en behouden van voldoende medewerkers.

Bron: KHN/@FoodClicks

Auteur: Steffen van Beek

KHN fel tegen verhoging toeristenbelasting Amsterdam

Toerisme - De Amsterdamse wethouder Abdeluheb Choho (D66) wil de toeristenbelasting in de stad drastisch verhogen van nu 5 procent naar 15% van elke overnachting. De wethouder wil met de verhoging de zogenaamde ‘pretparktoeristen’ afschrikken en de extra inkomsten inzetten voor het schoonhouden van de stad en voor extra handhaving. Koninklijke Horeca Nederland (KHN) is fel tegen de verhoging en vindt deze te gek voor woorden.

Bestuurslid KHN Amsterdam Nico Evers (tevens General Manager van het Westcord Fashion Hotel) laat weten:  “Wij vinden het onbegrijpelijk dat de wethouder Amsterdam onaantrekkelijker wil maken voor toeristen. Dit voorstel gaat voorbij aan onze gastvrijheid én aan het economisch belang van toerisme voor onze stad.” Het bestuurslid wijst er op dat er sprake is van inconsequent beleid. “Aan de ene kant probeert Amsterdam (ook door nieuwbouw van hotels) nieuwe gasten naar de stad te laten komen en aan de andere kant worden toeristen ontmoedigd om er te overnachten door de steeds hogere toeristenbelasting. Dat kan ik niet rijmen. Met een toeristenbelasting van 15% prijst Amsterdam zich uit de markt,” zo laat hij weten

Belang toerisme

De wethouder van Amsterdam wil met de toeristenbelastingverhoging zogenaamde ‘pretparktoeristen’ weren. Wij vragen ons af wie hij daarmee voor ogen heeft. De gasten die Amsterdam bezoeken, komen niet alleen uit het buitenland, maar ook uit de rest van Nederland. Sterker nog: ongeveer de helft van de bezoekers aan Amsterdam zijn Nederlanders (8 van de in totaal 17 miljoen bezoekers per jaar). Daarnaast zijn buitenlandse bezoekers goed voor de Amsterdamse economie: niet alleen geven toeristen in Amsterdam jaarlijks zo’n € 18,8 miljard euro uit, er werken ook bijna 62.000 Amsterdammers in de toeristische sector. Dat is 21% van de totale werkgelegenheid in Amsterdam.

Maximering toeristenbelasting

KHN roept de gemeente Amsterdam op om de toeristenbelasting niet verder te verhogen, maar te maximeren tot de huidige 5%. De inkomsten uit toeristenbelasting moeten wat ons betreft ook terugvloeien naar de gastvrijheidssector.

Bron: KHN

Auteur: Steffen van Beek