Foodservicebranche brengt eigen footprint in kaart

Duurzaamheid - Rob Morren, retailexpert van ABN AMRO, zei het onomwonden: ‘CO2-uitstoot wordt de nieuwe currency’. Het verminderen van de footprint bij het ene bedrijf kan als ruilmiddel worden ingezet bij de ander en op die manier help je elkaar.

De door PS in foodservice georganiseerde bijeenkomst over duurzaamheid en MVO trok zo’n tachtig belangstellenden uit de foodservicewereld en de wereld van duurzaamheid. Omdat de bijeenkomst mede in samenwerking met ABN AMRO en Ecochain was georganiseerd, was er ook een aantal relaties vanuit de banken- en duurzaamheidssector aanwezig. Het centrale thema was Food, Foodprint en Financing event, waarbij de ‘d’ in het woord foodprint een grapje was. Duidelijk werd aan de hand van een bijdrage van Christian Oudijk van horecabedrijf Vermaat dat het sommige partijen in de foodservicemarkt serieus is om werk te maken van het verspillen van grondstoffen en het in kaart brengen van de footprint van eten en drinken. Ingegeven door de wensen en eisen van opdrachtgevers, maar ook vanuit een eigen ambitie, willen steeds meer bedrijven inzichtelijk maken wat hun feitelijke eigen bijdrage is aan een beter milieu. Om die reden wordt geïnventariseerd in het registreren van de CO2-uitstoot en - nog belangrijker - wat de reductie van CO2 is bij het nemen van maatregelen. Oudijk: “Aan mijn opdrachtgevers heb ik toegezegd dat te zullen melden. Als fabrikanten mij dus niet kunnen vertellen wat de milieueffecten zijn van hun producten, dan kunnen wij straks geen producten meer van die bedrijven betrekken. Zij schakelen zichzelf dan uit als leverancier voor ons. Ik zou dus zeggen, meld je daarom aan en leg die informatie in de databank vast.”

Serieus probleem

Dat er straks wereldwijd negen miljard mensen gevoed moeten worden, is inmiddels genoegzaam bekend. Dat dat niet gaat met alle huidige grondstoffen is niet nieuw, maar blijft toch steeds weer een verrassing voor veel mensen. “Recent meldde CEO Dick Slootweg van groothandel Bidfood op een congres dat straks bepaalde producten niet meer verkrijgbaar zijn omdat er geen ingrediënten meer voor zijn”, aldus Morren van ABN AMRO. Het laat zien hoe serieus het probleem is volgens hem. Wat Morren betreft moeten wij daarom ook zo snel mogelijk omschakelen van een lineaire economie naar een circulaire economie. In dat kader past het om zaken met elkaar uit te wisselen en gezamenlijk een bijdrage te leveren aan milieu- en klimaatdoelstellingen. Feitelijk zou alles zich moeten richten op de 17 doelen die de Verenigde Naties heeft opgesteld. Als die in de calculatie van producten zou worden meegenomen, krijg je een veel eerlijkere prijs voor het product.

Vlees heeft impact

Fair pricing kwam bij meerdere personen die het podium beklommen aan bod. Drees Peter van den Bosch, medeoprichter van Willem & Drees bijvoorbeeld, is volop bezig om van al zijn producten in de maaltijdbox de milieu-impact te vermelden. Hij wees er op dat je niet zomaar voor alles een standaard kunt nemen: “Aardbeien hebben in de zomer vanaf de volle grond natuurlijk een andere footprint dan ’s winters vanuit de kassen. Daar moet je wel rekening mee houden.” En ook Harold Theunissen, manager chain programs bij vleesverwerkingsbedrijf Vion Food deelde zijn ervaring met CO2-reductie bij Vion Food. Vlees wordt door veel instanties gezien als een product met een enorme footprint. Dat die footprint groot is werd door Theunissen ook niet ontkend, maar dat die minder groot is dan vaak wordt gesuggereerd wilde hij wel kwijt. “Het verhaal dat voor een kilo vlees 38.000 liter water nodig is, kwam van een Ier die de totale neerslag had meegerekend die op de weilanden valt waar de runderen grazen. Op die manier kun je alles toerekenen naar de boodschap die je wilt vertellen.” Ook vleesvervangers hebben, volgens Theunissen, vaak een hogere footprint dan mensen vaak denken.

(Dit artikel is verschenen in de @FoodClicks-uitgave van mei 2019.Nog geen abonnee"Meld je hier aan voor een gratis digitaal abonnemenet)

Niet eenvoudig

Dat in de toekomst er anders met vlees en vis wordt omgegaan, is nu al zichtbaar. Steeds vaker kiezen consumenten voor een vleesloze dag of stappen over naar een meer flexitarisch eetpatroon. Ook Oudijk signaleert dat bij zijn horecabedrijf Vermaat. Vlees en vis zal de komende jaren steeds vaker als garnering worden ingezet en niet meer als hoofdbestanddeel van de maaltijd, zo voorspelde hij. Dat het vastleggen van de footprint een steeds belangrijker onderwerp wordt, werd ook duidelijk bij de aanwezige cateraars. In toenemende mate worden zij geconfronteerd met harde eisen op dit vlak bij hun opdrachtgevers. Dat het daarbij niet altijd eenvoudig is de juiste rekenmethodiek te kiezen voor alle milieueffecten, zoals transport en verpakking, wordt daarbij voor lief genomen. Vooralsnog dan.

Bron: @FoodClicks

Auteur: Steffen van Beek