Aantal trampolineparken in twee jaar verdubbeld

Leisure – Het aantal indoor trampolineparken in Nederland is in twee jaar tijd verdubbeld. In 2016 was het concept nog relatief nieuw en telde ons land 32 parken. Inmiddels is dit aantal gegroeid naar 64 parken in 2018.

Dit blijkt uit een publicatie ‘Indoor Trampolineparken in beeld’ van Van Spronsen & Partners horeca-advies in Leiden. De verwachting is dat gezien de plannen van enkele grote ketens in dit segment het aantal de komende jaren zal blijven stijgen naar een klein honderdtal eind 2019.

Het eerste indoor trampolinepark in Nederland werd in 2011 geopend, een vestiging van Bounz in Amsterdam. De meeste indoor trampolineparken zijn echter de afgelopen drie à vier jaar geopend. Inmiddels zijn er 64 parken en bestaan er plannen om er nog eens 34 binnenkort te openen.

Zeeland nog niet

De huidige parken zijn met name gevestigd in de Randstad, maar ook de meeste grote steden buiten de Randstad hebben inmiddels één of meerdere parken. Zeeland is opmerkelijk genoeg de enige provincie zonder aanbod, schrijft Van Spronsen, maar er bestaan wel plannen voor de bouw van een locatie in deze provincie. “Door toename van het aantal parken ontstaat betere spreiding over het land. Hierdoor wordt een groter deel van de markt bereikt en zal landelijk gezien het aantal bezoekers stijgen”, vertelt Niek Timmermans, adviseur bij Van Spronsen & Partners horeca-advies. “De huidige parken trekken nu circa 2,8 miljoen bezoeken per jaar. Met de geplande openingen komt volledige landelijke dekking steeds dichterbij en zal ook de grens van het jaarlijkse aantal bezoeken in zicht komen.”

Een overdekt trampolinepark bestaat uit een groot veld van aaneengeschakelde trampolines. Bij grotere trampolineparken wordt deze basisvoorziening aangevuld met extra trampolinefaciliteiten zoals tumblingbanen (lange trampolines), foam pits, airbags, trick areas, wipe-out zones, ninja courses en basket-, dodgeball. Alles uiteraard in combinatie met trampolines. Parken variëren in omvang met een oppervlakte vanaf circa 1.000m² tot soms wel 3.000m².

Bron: Spronsen & Partners

Auteur: Steffen van Beek

Amsterdam is Europese middenmoter met terrasprijzen

Onderzoek  –  Amsterdam is in Europa een middenmotor wanneer het gaat om horecaprijzen op het terras. Voor een rondje (2 espresso, 2 fris, 2 halve liters bier en 2 rosé) ben je in onze hoofdstad €33,67 kwijt. Dit is fors minder dan Oslo, dat dit jaar de duurste terrasstad in Europa is met een gemiddelde terrasprijs van €53,71. Budapest is het voordeligst, in vergelijking met Oslo is men ruim drie keer zo voordelig uit met een bedrag van €15,94.

Dit en meer blijkt uit het Europees Terrasonderzoek 2018 van Spronsen & Partners horeca-advies. Voor dit onderzoek werden diverse restaurants en cafés op de bekendste terrasplekken in Europese hoofdsteden onderzocht. Van Place du Tetre in Parijs en de Promenade van Nyhavn in Kopenhagen tot aan het Stare Miasto in Warschau en Old Town Square in Praag. Amsterdam spant in Nederland de kroon wat betreft de prijzen, maar in vergelijking met andere Europese steden scoort het ‘slechts’ een plek in de middenmoot (11). Van Spronsen & Partners verzorgt in Nederland ook altijd het Nationale terrasonderzoek.

Scandinavië aan de prijs

De hoofdsteden van drie Scandinavische landen scoren een plek in de top vijf. Kopenhagen eindigt op plek twee terwijl Stockholm plek vier in beslag neemt. Parijs (3) en Londen (5) complementeren de top vijf. Wat betreft non-alcoholische dranken, cola en espresso, is Kopenhagen de duurste stad. Een glas cola kost daar gemiddeld €5,13 terwijl je voor een espresso €4,02 kwijt bent. Alcohol is het duurst in Oslo, hier betaal je €9,72 voor een glas rosé en €9,51 voor een halve liter bier.

Oost-Europa goedkoopst

Goedkopere bestemmingen om op het terras te gaan zitten vind je in het oosten van Europa. Budapest is met €15,94 de goedkoopste stad, gevolgd door Warschau, Bratislava, Ljubljana en Praag. Budapest is de goedkoopste plek om een glaasje fris (€1,56) en glas wijn (€2,34) te bestellen. Voor bier (€2,08) en een goedkope kopje espresso (€1,39) is Warschau een betere bestemming.

Bron: Spronsen & Partners 

Auteur: Steffen van Beek

Italiaanse restaurants groeien fors vooral in grote steden

Analyse - Het aantal Italiaanse restaurants in Nederland is de afgelopen vijf jaar fors toegenomen, van 1.384 naar bijna 1.500 restaurants. De stijging is  8%, terwijl de totale restaurantsector in dezelfde periode met ‘slechts’ 4% toenam. De groei is nagenoeg volledig in de laatste twee jaar tot stand gekomen (+100 restaurants). Vooral in de studentensteden groeide het aanbod fors, met als opvallende ontwikkeling de opmars van grootschalige fast casual concepten.

Dit blijkt uit de publicatie van ‘Het Italiaanse restaurant in beeld’ van Van Spronsen & Partners horeca-advies uit Leiden. Noord-Holland heeft dankzij Amsterdam de hoogste Italiaanse restaurantdichtheid (15,3 restaurants per 100.000 inwoners). Zonder Amsterdam is de dichtheid in Noord-Holland (8,8) echter vergelijkbaar met het Nederlandse gemiddelde (8,7). In Drenthe is de groei (+18%) relatief het grootst. Volgens het rapport moet dit echter gezien worden als inhaalslag, aangezien het aantal Italiaanse restaurants per 100.000 inwoners (7,9) nog steeds onder het landelijk gemiddelde ligt. De Italiaanse restaurantsector neemt circa 25% van de ontwikkeling van de totale restaurantsector voor haar rekening.

Zuid-Europees populair

Vijf jaar geleden was de Italiaanse keuken goed voor circa 50% van het totaal aantal Zuid-Europese restaurants, in 2018 is dit aandeel toegenomen tot circa 55%. Ruim 40% van het totale Italiaanse restaurantaanbod is te vinden in 15 gemeenten. Kenmerkend is te zien dat er veel studentensteden in deze ranglijst staan. Het Italiaanse restaurant is bovengemiddeld populair bij deze doelgroep gezien het doorgaans lage prijsniveau, het laagdrempelige karakter en veelal mogelijkheid voor afhalen van met name de pizza. Het aanbod in deze 15 gemeenten groeit harder (+11%) dan in de rest van Nederland (+5%). Deze groei is met name toe te wijzen aan de ontwikkelingen in de grootste vier (studenten)gemeenten. Hier openden per saldo bijna 50 nieuwe Italiaanse restaurants de deuren, 73% van de totale groei uit deze ranglijst. Vooral in Utrecht is de groei fors (+32%). Grootschalige Italiaanse fastcasual concepten zoals Happy Italy en Vapiano vestigen dan ook met name in deze steden. Locaties die soms groter zijn dan 1.000m2.

Bron: Van Spronsen & Partners

Auteur: Steffen van Beek

Na spectaculaire groei nu pas op de plaats voor pannenkoeken restaurants

Horeca - Na jarenlang in aantal vestigingen een spectaculaire groei te hebben laten zien, maken de pannenkoekenrestaurants in Nederland nu een pas op de plaats.

Dit blijkt uit gegevens van Van Spronsen & Partners. Volgens het horeca-adviesbureau lijkt, nu de economische crisis achter de rug is, er een einde gekomen aan de sterke groei van het aantal pannenkoekenrestaurants in ons land. De afgelopen tien jaar nam het aantal toe van 330 naar 384 bedrijven, een stijging van 16%. De stijging was vooral fors in de periode 2010 tot en met 2013, met groeicijfers van soms 5 à 6% per jaar. De laatste jaren is de groei echter gestagneerd. Zo steeg in 2017 het aantal nog maar met 0,8% ten opzichte van 2016, zo blijkt uit de publicatie ‘Het Pannenkoekenrestaurant in beeld’.

Verschillen
De ontwikkeling van het aantal pannenkoekenrestaurants verschilt volgens Van Spronsen & Partners sterk per provincie. Met name Overijssel en Noord-Brabant noteren forse groeicijfers. In absolute aantallen was de stijging het grootst in Noord-Brabant en Zuid-Holland, met een toename van respectievelijk 16 en 12 pannenkoekenrestaurants. In Groningen, Flevoland en Limburg daalde het aantal de afgelopen tien jaar, in Zeeland bleef het aantal gelijk. De provincie Zeeland telt per 100.00 inwoners het hoogste aantal pannenkoekenrestaurants, de provincie Groningen de minste. Hier liggen voor de sector dan ook kansen voor uitbreiding, aldus het horeca-adviesbureau die de groei van het aantal pannenkoekenrestaurants terugvoert op de economische situatie de afgelopen jaren. Als de consument al buiten de deur ging eten, werd er vaker gekozen voor betaalbare formules in de fastservicesector zoals pannenkoekenrestaurants. Nu de crisis achter de rug is ligt het groeitempo van de sector weer een stuk lager.

Fastfood
Van Spronsen & Partners verwacht voor de komende jaren toch weer groei in het aantal pannenkoekenrestaurants. Dit wordt met name veroorzaakt door de vergrijzing. Het aantal senioren in ons land, een belangrijke doelgroep, zal blijven groeien. Daarnaast ontwikkelt de pannenkoek zich meer richting een fastfoodproduct. Voorbeeld hiervan is een concept als Okonomiyaki waarin pannenkoeken als Japans streetfood worden aangeboden. Daarbij past de pannenkoek in het huidige tijdsbeeld van gezond, snel, lokaal en authentiek.

Bron: Van Spronsen & Partners/@FoodClicks

Auteur: Paul Peter Blonk

Horeca steeds belangrijker voor saunabedrijven

Leisure - Gemiddeld besteedt de saunabezoeker €63,- per bezoek, waarvan €27,- aan horeca. De €1,50 die saunabezoekers het afgelopen jaar meer zijn gaan uitgegeven, is wel volledig ten goede gekomen aan de horeca.

Dat schrijft Van Spronsen & Partners in het Nationaal Sauna Onderzoek  dat het adviesbureau net heeft uitgebracht. Uit de resultaten blijkt ook dat 90% van de saunabezoekers gebruik maakt van het restaurant. De bar daarentegen is met 42% een stuk minder populair. Maar daarbij moet wel bemerkt worden dat niet iedere sauna over een bar beschikt.

Uit het onderzoek blijkt tevens dat horeca steeds belangrijker wordt. Niet omdat juist de horeca de volledige stijging van €1,50 euro van een gemiddeld saunabezoek heeft gerealiseerd, maar omdat de entreegelden onder druk staan. De gemiddelde prijs die bezoekers daarvoor neer willen tellen bedraagt €20,-.

Daarnaast moeten de wellnessbedrijven het vooral hebben van de incidentele saunabezoekers, want die geven meer uit.  Zo geeft de frequente bezoeker gemiddeld €49,= uit per bezoek, terwijl een incidentele klant gemiddeld circa €65,= uitgeeft.

Bron: Van Spronsen&Partner/@FoodClicks

Auteur: Steffen van Beek