‘Alcoholvrij bier en speciaalbieren nemen vlucht op terras’

Onderzoek – De consumptie en verkoop van alcoholvrije bieren heeft de afgelopen twee jaar een vlucht gemaakt. Daarnaast hebben ook de speciaalbieren hun definitieve plek op de menukaarten veroverd. Dat schrijft Van Spronsen & Partners horeca-advies in hun jaarlijkse terrasonderzoek, dat dit jaar voor de dertiende keer werd gehouden. Zwolle was daarin wederom de goedkoopste terrasstad van Nederland en Amsterdam de duurste.

Een terrasbezoeker is in de hoofdstad gemiddeld €27,05 kwijt voor een rondje van 2 koffie, 2 fris, 2 bier, en 2 rosé. Dat is gemiddeld €3,40 per drankje. Een zelfde rondje kost in de goedkoopste Nederlandse terrasstad Zwolle gemiddeld €21,88. Overal nam de prijs van het rondje toe, mede door de btw-verhoging van 6% naar 9%. In de hoofdstad met 7,8% het meest. Landelijk steeg de prijs voor een rondje terras gemiddeld met 3,1% naar €23,35. De prijzen in de hoofdstad liggen daarmee 16% hoger dan het landelijk gemiddelde. Volgens Spronsen & Partners is dat niet verrassend omdat de vastgoed- en huurprijzen fors hoger liggen dan elders in het land. Bovendien is de stad het meest populair onder de toeristen.

Fors hoger

Een stijging van meer dan 3% is de afgelopen edities van het onderzoek niet voorgekomen, schrijft het onderzoekbureau. Maar er waren ook verschillen. Zo stegen de alcoholvrije dranken met 3,8% in prijs  en de reguliere bieren en wijnen met 2,6%. Als kanttekening wordt daarbij geplaatst dat de tariefverhoging mogelijk fors mogen lijken, maar dat deze altijd nog minder zijn dan bijvoorbeeld de prijsstijging in de supermarkten. Die prijzen gingen het afgelopen jaar met gemiddeld 3,8% omhoog. Zonder de verhoging van de btw zou een rondje op het terras uitkomen op gemiddeld €23,07. Dat komt neer op een gemiddelde prijsstijging van 1,9%, de laagste in de afgelopen vijf jaar.

Inkoop- & verkoopprijzen bier

Opvallend in het onderzoek is ook dat de horeca  de stijging van de inkoopprijs van bier niet volledig heeft doorberekend aan de Nederlandse consument. Het afgelopen jaar steeg de inkoopprijs van bier volgens gegevens van Spronsen & Partners met 3,7%, terwijl de prijs voor een fluitje slechts met 3,3% werd verhoogd. Ook in eerdere jaren werd de verhoging niet altijd doorberekend. Over de afgelopen tien jaar steeg de inkoopprijs van bier met 46% terwijl de prijs in de horeca met 28% werd verhoogd.

Stijgers & dalers

Terug naar het terrasonderzoek. De plaatsen waar de prijzen op het terras het hardst zijn gestegen zijn Zoetermeer, Eindhoven en Apeldoorn. Zij stegen vier plekken. In Zoetermeer is men 5,3% duurder uit dan vorig jaar, in Eindhoven 4,3% en in Apeldoorn 5%. Geen van deze steden kon echter tippen aan de 7,8% prijsstijging in Amsterdam.

Voordelige steden

Zoals gezegd is het rondje op het terras in Zwolle wederom het goedkoopst. Het verschil tussen de Hanzestad en Amsterdam bedraagt maar liefst €5,18, wat neerkomst op 0,65 cent per drankje. Liefhebbers van een glas rosé kunnen het best naar Zwolle en Dordrecht, waar de gemiddelde prijs €3,69 bedraagt. Het traditionele fluitje is het goedkoopst in Almere (€2,40) en in Arnhem kan er voor €2,21 relatief goedkoop koffie gedronken worden. Naar Enschede ga je toe voor frisdrank, een glaasje cola kost daar €2,40.

Bron: @FoodClicks

Auteur: Steffen van Beek

Aantal wereldrestaurants in drie jaar verdrievoudigd

Marktcijfers - Het aantal wereldrestaurants in Nederland is de afgelopen drie jaar bijna verdrievoudigd. Het aantal nam toe van 25 in 2016 naar 71 in 2019. Daar zitten nog niet de 35 Live-Cooking formules van Van der Valk bij. Als die wel worden meegeteld, dan heeft ons land meer dan 100 van deze zogenaamde “all you can eat” formules.

De cijfers zijn afkomstig van Van Spronsen & Partners horeca-advies. Uit de publicatie “Het Wereldrestaurant in beeld” schetsen zij een beeld van de ontwikkeling van de wereldrestaurants in ons land in de afgelopen jaren. Kenmerkend voor dit type restaurants is dat gasten betalen voor hun verblijf en kunnen kiezen uit verschillende gerechten uit diverse keukenrichtingen. Vandaar ook de naam Wereldkeuken. De menukaart laat soms een verscheidenheid zien van Hollandse pannenkoeken tot Japanse sushi- en grill specialiteiten en van Amerikaanse barbecue tot Italiaanse pasta en pizza.

De tijd die mensen doorbrengen is vaak bepalend. Tegen een vast tarief per tijdseenheid kunnen gasten tegen betaling van zo’n €25,= of €35,= per persoon kunnen klanten alles bestellen en proberen. De dranken kunnen daarbij inzitten, maar hoeft niet. Dat verschilt per concept. De restaurants zijn vaak wel groot met een gemiddelde verkoop vloeroppervlakte van circa 800m². Maar er zijn ook locaties van meer dan 2.000m². In de meeste gevallen bevinden de bedrijven zich aan de rand van een stad, op grote bedrijventerreinen of aan grote doorgaande wegen, laat Van Spronsen & Partners.

Populair

De restaurants zijn populair bij gezinnen met kinderen en voor familiefeestjes. Voor een belangrijk deel omdat er voor elke individuele voorkeur wel een gerecht is. Voor een belangrijk deel is de populariteit te danken aan het feit dat onbeperkt eten is tegen een vaste, relatief lage prijs. Spronsen geeft ook aan dat het succes van de wereldrestaurants vooral bepaald door de immer populaire ‘veel voor weinig’ beleving.

Regionale verschillen

Zijn de wereldrestaurants overal populair? Nee, de dichtheid (aantal wereldrestaurants per 100.000 inwoners) vertoont duidelijk regionale verschillen. Landelijk ligt de dichtheid op 0,6 wereldrestaurants per 100.000 inwoners. Opvallend is dat met uitzondering van Friesland, de dichtheid het hoogst is in de noordelijke provincies (Drenthe, Flevoland, Groningen en Overijssel). Dit zijn namelijk juist de provincies waar de dichtheid van de totale restaurantmarkt onder het landelijk gemiddelde ligt. Wereldrestaurant vestigen zich met name in gebieden waar theoretisch de meeste ruimte is voor uitbreiding (lage restaurantdichtheid). Van Spronsen & Partners verwachten dat het aantal wereldrestaurants nog wel gaat toenemen. Met name uit de groep wokrestaurants wordt nog wel doorgroei verwacht, omdat deze restaurants qua concept in elkaars verlengde liggen. Met nog circa 300 wokrestaurants zijn er genoeg restaurants die de overstap nog kunnen gaan maken.

Bron: @FoodClicks

Auteur: Steffen van Beek

Restaurants in pannenkoeken groeien gestaag door

Marktanalyse – Het aantal pannenkoekenrestaurants blijft groeien in Nederland. De afgelopen 10 jaar steeg het aantal van 321 naar 390 bedrijven. Een stijging van 21%. De laatste jaren vlak de groei echter enigszins af. Tot nu toe steeg het aantal in 2019 met 0,8% ten opzichte van 2018.

De markt voor pannenkoeken restaurants is in kaart gebracht door Van Spronsen & Partners horeca-advies. Naar aanleiding van Nationale Pannenkoekendag vandaag keek het bureau naar de ontwikkeling van pannenkoekenrestaurants in Nederland. Geconstateerd werd dat de groei in restaurants de laatste tijd wat stagneert. Groei in aantallen was er met name in de periode 2010 tot en met 2013, met groeicijfers van soms 5% à 6% per jaar.

Regionale verschillen

De ontwikkeling van het aantal pannenkoekenrestaurants verschilt sterk per provincie. Met name Overijssel en Utrecht noteren forse groeicijfers. In absolute aantallen was de stijging het grootst in Noord-Holland, Zuid-Holland en Overijssel, met een toename van respectievelijk 15, 12 en 12 pannenkoekenrestaurants. In Zeeland, Flevoland en Groningen daalde het aantal pannenkoekenrestaurants de afgelopen tien jaar.

Dichtheid

Ook de dichtheid (aantal pannenkoekenrestaurants per 100.000 inwoners) vertoont regionaal sterke verschillen, aldus het adviesbureau. Landelijk ligt de dichtheid op 2,3 pannenkoekenrestaurants per 100.000 inwoners. De provincie Zeeland heeft met 4,2 de hoogste dichtheid, de provincie Groningen met 0,5 de laagste. Theoretisch gezien biedt Groningen hiermee de meeste ruimte voor uitbreiding van het aanbod.

Groei

Van Spronsen & Partners is in haar analyse niet negatief over de ontwikkelingen binnen de pannenkoekenrestaurants. Hoewel de groei de afgelopen jaren enigszins is afgevlakt ziet het adviesbureau toch wel een verdere toename. Dit wordt met name veroorzaakt door de vergrijzing die de komende jaren verder door zal zetten, waardoor de belangrijke doelgroep van senioren voorlopig zal blijven groeien.

Bron: @FoodClicks

Auteur: Steffen van Beek

Groei fastfoodrestaurants zet door

Martontwikkeling – De groei in fastfoodrestaurants is de afgelopen vijf jaar onverminderd doorgegaan, ondanks alle aandacht voor gezondheid. Het aantal fastfoodrestaurants in Nederland steeg in die periode van 364 naar 422 restaurants. Vooral in de grote steden en op high traffic locaties (snelweg, outlet centers) groeide het aanbod fors.

De cijfers zijn afkomstig van uit een rapportage van Van Spronsen & Partners horeca-advies. Het bureau ziet aan de groei voorlopig ook geen einde komen. Kanttekening: het betreft de fastfoodrestaurants die ook als zodanig staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Dat zijn naast de grote drie, zoals McDonald’s, Burger King en KFC, ook een groep overige van ketens die slechts enkele locaties hebben, zoals Burgemeester, Five Guys en Ellis Gourmet Burger. Andere ketens die vanuit consumenten oogpunt wellicht wel als fastfoodrestaurant worden bekeken, groeien ook, maar staan bij de KvK anders ingeschreven, bijvoorbeeld als pizzaketen, zoals de locaties bijvoorbeeld van New York Pizza’s.

Ontwikkeling in de provincies

Noord-Holland heeft, mede dankzij Amsterdam de hoogste dichtheid van aantal fastfoodrestaurants per 100.000 inwoners (3,2). Zonder Amsterdam is de dichtheid in Noord-Holland lager (2,0) dan het Nederlands gemiddelde (2,5). In Drenthe en Zeeland zijn de fastfoodrestaurants het minst sterk vertegenwoordigd. Dit komt ook doordat hier weinig kilometers rijksweg zijn (belangrijke locatie voor fastfoodrestaurant) en er een beperkt aantal grotere steden is met daarbij een laag aantal inwoners per km². Ook speelt mee dat in deze provincies een relatief groot deel (45%) van de bevolking 50-plus is, een groep die niet tot de belangrijkste doelgroep behoort. In de provincie Utrecht is de stijging de afgelopen 5 jaar het hoogst (+41%), wat vooral wordt veroorzaakt door nagenoeg een verdubbeling van het aanbod in de stad Utrecht.

Ketendominantie

In Nederland behoort bijna 85% van de fastfoodrestaurants tot 1 van de ‘drie grote jongens’, McDonalds’, KFC, Burger King). Flevoland kent het meest gevarieerde aanbod, in Friesland domineert McDonalds het meest. De formules hebben een gemiddelde verkoopoppervlakte van ruim 200m², waarmee dit bedrijfstype fors groter is dan reguliere restaurants en andere daghoreca.

Toetreding nieuwe spelers

Van Spronsen & Partners verwacht dat de groei van fastfood de komende jaren verder zal toenemen. Enerzijds vanuit de toename van maaltijdbezorging en anderzijds door expansiedrift van bestaande ketens en nieuwe toetreders op de markt. Concepten als Five Guys en Ellis Gourmet Burger hebben al locaties in bepaalde grote steden, maar willen verder uitbreiden naar ander plaatsen. En ook de gevestigde orde staat verre van stil. Waar McDonald’s het zoekt in verbreding in bezoekmoment (ontbijt) en assortiment (McCafé met koffie en luxere gourmet burgers) is KFC en met name Burger King vooral bezig met het uitbreiden van verkooppunten.

Bron: Van Spronsen & Partners/ @FoodClicks

Auteur: Steffen van Beek

Aantal trampolineparken in twee jaar verdubbeld

Leisure – Het aantal indoor trampolineparken in Nederland is in twee jaar tijd verdubbeld. In 2016 was het concept nog relatief nieuw en telde ons land 32 parken. Inmiddels is dit aantal gegroeid naar 64 parken in 2018.

Dit blijkt uit een publicatie ‘Indoor Trampolineparken in beeld’ van Van Spronsen & Partners horeca-advies in Leiden. De verwachting is dat gezien de plannen van enkele grote ketens in dit segment het aantal de komende jaren zal blijven stijgen naar een klein honderdtal eind 2019.

Het eerste indoor trampolinepark in Nederland werd in 2011 geopend, een vestiging van Bounz in Amsterdam. De meeste indoor trampolineparken zijn echter de afgelopen drie à vier jaar geopend. Inmiddels zijn er 64 parken en bestaan er plannen om er nog eens 34 binnenkort te openen.

Zeeland nog niet

De huidige parken zijn met name gevestigd in de Randstad, maar ook de meeste grote steden buiten de Randstad hebben inmiddels één of meerdere parken. Zeeland is opmerkelijk genoeg de enige provincie zonder aanbod, schrijft Van Spronsen, maar er bestaan wel plannen voor de bouw van een locatie in deze provincie. “Door toename van het aantal parken ontstaat betere spreiding over het land. Hierdoor wordt een groter deel van de markt bereikt en zal landelijk gezien het aantal bezoekers stijgen”, vertelt Niek Timmermans, adviseur bij Van Spronsen & Partners horeca-advies. “De huidige parken trekken nu circa 2,8 miljoen bezoeken per jaar. Met de geplande openingen komt volledige landelijke dekking steeds dichterbij en zal ook de grens van het jaarlijkse aantal bezoeken in zicht komen.”

Een overdekt trampolinepark bestaat uit een groot veld van aaneengeschakelde trampolines. Bij grotere trampolineparken wordt deze basisvoorziening aangevuld met extra trampolinefaciliteiten zoals tumblingbanen (lange trampolines), foam pits, airbags, trick areas, wipe-out zones, ninja courses en basket-, dodgeball. Alles uiteraard in combinatie met trampolines. Parken variëren in omvang met een oppervlakte vanaf circa 1.000m² tot soms wel 3.000m².

Bron: Spronsen & Partners

Auteur: Steffen van Beek

Amsterdam is Europese middenmoter met terrasprijzen

Onderzoek  –  Amsterdam is in Europa een middenmotor wanneer het gaat om horecaprijzen op het terras. Voor een rondje (2 espresso, 2 fris, 2 halve liters bier en 2 rosé) ben je in onze hoofdstad €33,67 kwijt. Dit is fors minder dan Oslo, dat dit jaar de duurste terrasstad in Europa is met een gemiddelde terrasprijs van €53,71. Budapest is het voordeligst, in vergelijking met Oslo is men ruim drie keer zo voordelig uit met een bedrag van €15,94.

Dit en meer blijkt uit het Europees Terrasonderzoek 2018 van Spronsen & Partners horeca-advies. Voor dit onderzoek werden diverse restaurants en cafés op de bekendste terrasplekken in Europese hoofdsteden onderzocht. Van Place du Tetre in Parijs en de Promenade van Nyhavn in Kopenhagen tot aan het Stare Miasto in Warschau en Old Town Square in Praag. Amsterdam spant in Nederland de kroon wat betreft de prijzen, maar in vergelijking met andere Europese steden scoort het ‘slechts’ een plek in de middenmoot (11). Van Spronsen & Partners verzorgt in Nederland ook altijd het Nationale terrasonderzoek.

Scandinavië aan de prijs

De hoofdsteden van drie Scandinavische landen scoren een plek in de top vijf. Kopenhagen eindigt op plek twee terwijl Stockholm plek vier in beslag neemt. Parijs (3) en Londen (5) complementeren de top vijf. Wat betreft non-alcoholische dranken, cola en espresso, is Kopenhagen de duurste stad. Een glas cola kost daar gemiddeld €5,13 terwijl je voor een espresso €4,02 kwijt bent. Alcohol is het duurst in Oslo, hier betaal je €9,72 voor een glas rosé en €9,51 voor een halve liter bier.

Oost-Europa goedkoopst

Goedkopere bestemmingen om op het terras te gaan zitten vind je in het oosten van Europa. Budapest is met €15,94 de goedkoopste stad, gevolgd door Warschau, Bratislava, Ljubljana en Praag. Budapest is de goedkoopste plek om een glaasje fris (€1,56) en glas wijn (€2,34) te bestellen. Voor bier (€2,08) en een goedkope kopje espresso (€1,39) is Warschau een betere bestemming.

Bron: Spronsen & Partners 

Auteur: Steffen van Beek

Italiaanse restaurants groeien fors vooral in grote steden

Analyse - Het aantal Italiaanse restaurants in Nederland is de afgelopen vijf jaar fors toegenomen, van 1.384 naar bijna 1.500 restaurants. De stijging is  8%, terwijl de totale restaurantsector in dezelfde periode met ‘slechts’ 4% toenam. De groei is nagenoeg volledig in de laatste twee jaar tot stand gekomen (+100 restaurants). Vooral in de studentensteden groeide het aanbod fors, met als opvallende ontwikkeling de opmars van grootschalige fast casual concepten.

Dit blijkt uit de publicatie van ‘Het Italiaanse restaurant in beeld’ van Van Spronsen & Partners horeca-advies uit Leiden. Noord-Holland heeft dankzij Amsterdam de hoogste Italiaanse restaurantdichtheid (15,3 restaurants per 100.000 inwoners). Zonder Amsterdam is de dichtheid in Noord-Holland (8,8) echter vergelijkbaar met het Nederlandse gemiddelde (8,7). In Drenthe is de groei (+18%) relatief het grootst. Volgens het rapport moet dit echter gezien worden als inhaalslag, aangezien het aantal Italiaanse restaurants per 100.000 inwoners (7,9) nog steeds onder het landelijk gemiddelde ligt. De Italiaanse restaurantsector neemt circa 25% van de ontwikkeling van de totale restaurantsector voor haar rekening.

Zuid-Europees populair

Vijf jaar geleden was de Italiaanse keuken goed voor circa 50% van het totaal aantal Zuid-Europese restaurants, in 2018 is dit aandeel toegenomen tot circa 55%. Ruim 40% van het totale Italiaanse restaurantaanbod is te vinden in 15 gemeenten. Kenmerkend is te zien dat er veel studentensteden in deze ranglijst staan. Het Italiaanse restaurant is bovengemiddeld populair bij deze doelgroep gezien het doorgaans lage prijsniveau, het laagdrempelige karakter en veelal mogelijkheid voor afhalen van met name de pizza. Het aanbod in deze 15 gemeenten groeit harder (+11%) dan in de rest van Nederland (+5%). Deze groei is met name toe te wijzen aan de ontwikkelingen in de grootste vier (studenten)gemeenten. Hier openden per saldo bijna 50 nieuwe Italiaanse restaurants de deuren, 73% van de totale groei uit deze ranglijst. Vooral in Utrecht is de groei fors (+32%). Grootschalige Italiaanse fastcasual concepten zoals Happy Italy en Vapiano vestigen dan ook met name in deze steden. Locaties die soms groter zijn dan 1.000m2.

Bron: Van Spronsen & Partners

Auteur: Steffen van Beek

Na spectaculaire groei nu pas op de plaats voor pannenkoeken restaurants

Horeca - Na jarenlang in aantal vestigingen een spectaculaire groei te hebben laten zien, maken de pannenkoekenrestaurants in Nederland nu een pas op de plaats.

Dit blijkt uit gegevens van Van Spronsen & Partners. Volgens het horeca-adviesbureau lijkt, nu de economische crisis achter de rug is, er een einde gekomen aan de sterke groei van het aantal pannenkoekenrestaurants in ons land. De afgelopen tien jaar nam het aantal toe van 330 naar 384 bedrijven, een stijging van 16%. De stijging was vooral fors in de periode 2010 tot en met 2013, met groeicijfers van soms 5 à 6% per jaar. De laatste jaren is de groei echter gestagneerd. Zo steeg in 2017 het aantal nog maar met 0,8% ten opzichte van 2016, zo blijkt uit de publicatie ‘Het Pannenkoekenrestaurant in beeld’.

Verschillen
De ontwikkeling van het aantal pannenkoekenrestaurants verschilt volgens Van Spronsen & Partners sterk per provincie. Met name Overijssel en Noord-Brabant noteren forse groeicijfers. In absolute aantallen was de stijging het grootst in Noord-Brabant en Zuid-Holland, met een toename van respectievelijk 16 en 12 pannenkoekenrestaurants. In Groningen, Flevoland en Limburg daalde het aantal de afgelopen tien jaar, in Zeeland bleef het aantal gelijk. De provincie Zeeland telt per 100.00 inwoners het hoogste aantal pannenkoekenrestaurants, de provincie Groningen de minste. Hier liggen voor de sector dan ook kansen voor uitbreiding, aldus het horeca-adviesbureau die de groei van het aantal pannenkoekenrestaurants terugvoert op de economische situatie de afgelopen jaren. Als de consument al buiten de deur ging eten, werd er vaker gekozen voor betaalbare formules in de fastservicesector zoals pannenkoekenrestaurants. Nu de crisis achter de rug is ligt het groeitempo van de sector weer een stuk lager.

Fastfood
Van Spronsen & Partners verwacht voor de komende jaren toch weer groei in het aantal pannenkoekenrestaurants. Dit wordt met name veroorzaakt door de vergrijzing. Het aantal senioren in ons land, een belangrijke doelgroep, zal blijven groeien. Daarnaast ontwikkelt de pannenkoek zich meer richting een fastfoodproduct. Voorbeeld hiervan is een concept als Okonomiyaki waarin pannenkoeken als Japans streetfood worden aangeboden. Daarbij past de pannenkoek in het huidige tijdsbeeld van gezond, snel, lokaal en authentiek.

Bron: Van Spronsen & Partners/@FoodClicks

Auteur: Paul Peter Blonk

Horeca steeds belangrijker voor saunabedrijven

Leisure - Gemiddeld besteedt de saunabezoeker €63,- per bezoek, waarvan €27,- aan horeca. De €1,50 die saunabezoekers het afgelopen jaar meer zijn gaan uitgegeven, is wel volledig ten goede gekomen aan de horeca.

Dat schrijft Van Spronsen & Partners in het Nationaal Sauna Onderzoek  dat het adviesbureau net heeft uitgebracht. Uit de resultaten blijkt ook dat 90% van de saunabezoekers gebruik maakt van het restaurant. De bar daarentegen is met 42% een stuk minder populair. Maar daarbij moet wel bemerkt worden dat niet iedere sauna over een bar beschikt.

Uit het onderzoek blijkt tevens dat horeca steeds belangrijker wordt. Niet omdat juist de horeca de volledige stijging van €1,50 euro van een gemiddeld saunabezoek heeft gerealiseerd, maar omdat de entreegelden onder druk staan. De gemiddelde prijs die bezoekers daarvoor neer willen tellen bedraagt €20,-.

Daarnaast moeten de wellnessbedrijven het vooral hebben van de incidentele saunabezoekers, want die geven meer uit.  Zo geeft de frequente bezoeker gemiddeld €49,= uit per bezoek, terwijl een incidentele klant gemiddeld circa €65,= uitgeeft.

Bron: Van Spronsen&Partner/@FoodClicks

Auteur: Steffen van Beek