Duizend watertappunten op schoolpleinen in strijd tegen zoete frisdranken

De meeste kinderen krijgen van hun ouders zoete frisdranken mee naar school, staatssecretaris Blokhuis wil er duizend watertappunten realiseren

Scholen - Op schoolpleinen door heel Nederland worden de komende twee jaar zo’n duizend nieuwe watertappunten gerealiseerd. Staatssecretaris Paul Blokhuis (VWS) geeft hiermee uitvoering aan een afspraak uit het Nationaal Preventieakkoord.

“Met duizend watertaps op schoolpleinen die ook na schooltijd beschikbaar zijn voor de buurt, maken we een mooie concrete stap vooruit in het terugdringen van overgewicht”, zegt Blokhuis. “Veel schoolpleinen worden ook na schooltijd gebruikt om te spelen en te sporten. Met een watertap wordt het voor spelende kinderen veel aantrekkelijker om daar water te drinken en dan snel door te voetballen. In plaats van naar de supermarkt te gaan voor een blikje.” Voor de realisatie is 2 miljoen euro aan subsidie beschikbaar. De verwachting is dat het tot zo’n duizend watertappunten leidt, maar het kunnen er ook meer worden. Scholen in het primair onderwijs krijgen driekwart van de kosten vergoed, naar verwachting zo’n 2000 euro subsidie per kraan. Het overige deel moeten scholen zelf vergoeden. Het programma Gezonde School en Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG) gaan het praktisch uitvoeren. Dit moet zo eenvoudig mogelijk, zodat het voor scholen zo weinig mogelijk administratieve lasten oplevert.

Zoet naar school
Dat zoet drinken onder de schoolgaande jeugd gemeengoed is, blijkt uit onderzoek onder 3300 leerlingen van de basisschool in opdracht van de Nederlandse drinkwaterbedrijven, dat vrijdag naar buiten is gebracht. Bijna 70 procent van de basisschoolkinderen krijgt van hun ouders zoet en ongezond drinken mee naar school, waardoor zij tijdens hun verblijf geen kraanwater drinken. Een op de acht kinderen zegt op school nooit kraanwater te drinken. De drinkwatersector wil kraanwater vrijdag promoten tijdens de Koningsspelen, die in het teken staan van water drinken.

Auteur: Paul Peter Blonk